Posts Tagged ‘astma’

In de zorg voor mensen met astma en COPD komt ‘zelfmanagement’ maar moeizaam van de grond. Zowel patiënten als zorgverleners moeten nog erg wennen aan hun nieuwe rol.

Longpatiënten zijn 365 dagen per jaar bezig met hun ziekte. In de zorg voor mensen met astma en COPD komt de nadruk daarom steeds meer te liggen op ‘zelfmanagement’. Net als bij de zorg voor andere chronische ziekten. Hierdoor verandert de rolverdeling tussen zorgverleners en patiënten. Patiënten krijgen een actieve rol. Ze worden ‘regisseur’ van hun eigen zorg. Zorg wordt een samenwerking tussen zorgverlener en patiënt. Waarbij de patiënt het voortouw neemt en de zorgverlener coacht en ondersteunt. Het aannemen van deze nieuwe rollen is wennen voor beide partijen, zo blijkt uit onderzoek van het NIVEL (Nederlands instituut voor onderzoek van de gezondheidszorg) dat is uitgevoerd met subsidie van het Astma Fonds. Het bevorderen van de eigen regie van patiënten is een van de beleidsdoelstellingen van het fonds.

Van willen naar doen
Mensen met astma en COPD blijken vaak wel gemotiveerd om bijvoorbeeld te stoppen met roken of meer te bewegen, maar weten zelf niet goed hoe ze dat moeten doen. Zorgverleners geven wel adviezen, maar deze bieden patiënten vaak te weinig houvast om zelf het probleem aan te pakken. Een deel van de patiënten heeft behoefte aan meer concrete hulp. Met name oudere en laag opgeleide mensen met astma of COPD, astmapatiënten die de symptomen slecht onder controle hebben en COPD-patiënten met bijkomende ziekten kunnen moeilijk zelfstandig hun gedrag aanpassen. Voor hen is ondersteuning op maat noodzakelijk.

Persoonlijk zorgplan
Een hulpmiddel om zorg op maat te kunnen bieden is het persoonlijk zorgplan. Hoewel overheden, zorgverleners en patiëntenorganisaties het belang van een persoonlijk zorgplan onderstrepen, heeft nog maar 14% van de mensen met astma of COPD een persoonlijk zorgplan. Dit wordt bovendien nauwelijks structureel gebruikt in de zorg. NIVEL-onderzoeker Monique Heijmans: “Patiënten en zorgverleners lijken nog onvoldoende overtuigd van de meerwaarde van het werken met een persoonlijk zorgplan en een actieve bijdrage van patiënten. Wennen aan het idee van de eigen regie, heeft tijd nodig. Patiënten kiezen toch veelal nog voor een meer passieve rol – ook omdat ze niet precies weten hoe ze die actievere rol zouden moeten invullen – en zorgverleners dringen niet echt aan om dat te veranderen. Het is belangrijk de voors en tegens die patiënten en zorgverleners zien bij hun nieuwe rol in kaart te brengen om zo het zorgplan gerichter te kunnen invoeren.”

Bron: Nivel

View full post on FysioForum

Als huisarts in Hoogezand vroeg Thys van der Molen zich af hoe hij de behandeling van patiënten met chronische longziekten kon verbeteren; bij de afdeling Huisartsengeneeskunde van het UMCG vond hij een manier. Hoogleraar Van der Molen ontwikkelde een methode om de longarts via de computer over de schouder van de huisarts mee te laten kijken. De zorg voor patiënten met astma en COPD wordt er beter door.

Vragenlijst en Astma/COPD dienst
“We hebben een supereenvoudige vragenlijst ontwikkeld die patiënten met longklachten invullen,” vertelt Van der Molen. De vragenlijst bestaat uit 10 vragen over klachten, emotionele last en lichamelijke belemmeringen. “Patiënten vullen thuis de vragenlijst in op papier, en laten bij de Astma/COPD dienst van Lab Noord hun longfunctie meten. Lab Noord voert alle gegevens in de computer in.” Hiermee stelt de huisarts een diagnose. Van der Molen bedacht dat hij de gegevens ook wilde laten beoordelen door longartsen. Met hun kennis en ervaring kunnen zij de huisarts ondersteunen bij het stellen van de diagnose en het bedenken van de beste behandeling. “Het advies aan de huisarts is dus alsof de longarts over de schouder meekijkt, zonder dat de patiënt daadwerkelijk naar de specialist gaat” aldus Van der Molen. Hij heeft de hulp van negen longartsen in de omgeving ingeschakeld. De huisarts krijgt op deze manier advies van de locale longarts uit het ziekenhuis in de buurt.

Betere zorg
De samenwerking tussen huisartsen en de Astma/COPD dienst van Lab Noord heeft voordelen voor de patiënt. De huisarts kan direct gebruik maken van het advies van de longarts die meekijkt. Daarnaast heeft Van der Molen met onderzoek aangetoond dat het aantal patiënten dat last krijgt van een plotseling verergering van longklachten, een zogenaamde exacerbatie, met 30% is afgenomen. “Dit is een belangrijke verbetering van de zorg voor patiënten met astma en COPD,” concludeert Van der Molen.

12.000 patiënten
In de loop van de tijd zijn ruim 12.000 patiëntbeoordelingen door longartsen uitgevoerd. Twijfelgevallen werden besproken. De volgende stap die Van der Molen wil zetten, is om met de gegevens van deze grote groepen patiënten de 50 meest voorkomende diagnosen en daarbij passende behandelingen van astma en COPD in kaart te brengen. Op basis van deze profielen kan een praktijkstandaard worden ontwikkeld. Van der Molen zou deze praktijkstandaard graag willen vertalen naar een computerprogramma voor de huisarts. Als dan een patiënt met longklachten bij de huisarts komt, wordt na het invullen van de vragenlijst en het longfunctieonderzoek direct “meegekeken door de virtuele longarts.” Het advies over diagnose en behandeling is dan in overeenstemming met de mening van de gemiddelde longarts in Noord-Nederland.

Gemengde gevoelens
Dat de computer in de spreekkamer van de huisarts “meekijkt”, roept gemengde gevoelens op. “Huisartsen zijn er blij mee,” vertelt Van der Molen. “De professionele richtlijnen zijn te veel gericht op patiënten met alleen astma, of alleen COPD, terwijl in de praktijk juist veel patiënten met mengvormen voorkomen. Als huisarts heb je dan onvoldoende aan de richtlijnen. Het is een verrijking van de kennis als de longarts even meekijkt, dat sluit beter aan bij de dagelijkse praktijk.” Tijdens congressen in het buitenland heeft Van der Molen meegemaakt dat collega’s minder enthousiast zijn; ze denken dan dat de computer de huisarts kan vervangen. “Dat is niet het geval,” zegt Van der Molen, “het is echt een ontwikkeling waarbij de computer de huisarts ondersteunt. Het handelen van de huisarts wordt gerichter. En we hebben laten zien dat daardoor de zorg verbetert.”

Nieuwe onderzoeksvragen
De gegevens van alle patiënten in het computersysteem leidt ook tot nieuwe onderzoeksvragen in het ziekenhuis. Daar is bekend dat bij sommige longpatiënten de problemen meer in de kleine luchtwegen zitten, terwijl bij anderen juist de grote luchtwegen zijn aangedaan. Met behulp van het computersysteem wordt nagegaan of de patiënten goed in groepen in te delen zijn en om hoeveel mensen het gaat. Dan wordt bekeken hoe zinvol het is om bijvoorbeeld nieuwe behandelingen uit te testen. “Zo komt de behandeling van patiënten met longziekten echt vooruit,” aldus Van de Molen. “We staan nog maar aan het begin van de ontwikkeling van computerondersteuning bij de huisarts. Patiënten met diabetes en hart- en vaatziekten hebben hier waarschijnlijk ook baat bij. We gaan die kant op.”

Bron: UMC Groningen

View full post on FysioForum

De bekende neusspray tegen hooikoorts helpt mogelijk ook bij lichte astmaklachten. Nederlandse wetenschappers onderzoeken het verband. Het is één van de tien nieuwe onderzoeksprojecten, waar het Astma Fonds (binnenkort Longfonds) opgeteld bijna drie miljoen euro in steekt.

In Nederland zijn er één miljoen mensen met een ongeneeslijke longziekte, zoals astma of COPD. Astma is onder kinderen de meest voorkomende chronische ziekte. Hooikoorts is een andere ziekte dan astma, maar de twee gaan wel vaak samen. Wetenschappers van het Rotterdamse Erasmus Medisch Centrum gaan op zoek naar een twee-in-één behandeling.

Neus en longen

Bij hooikoorts hebben patiënten een allergische reactie op pollen uit de natuur. Op dit moment is het boompollenseizoen over z’n hoogtepunt. Maar grassen en kruiden kunnen nog de hele maand augustus voor klachten zorgen. Zoals een loopneus of juist een verstopte neus, niezen en irritatie van de ogen. Een allergische reactie (ook op huisdieren of huisstofmijt) kan astmaklachten teweeg brengen of verergeren.

“Anti-allergie medicijnen en ontstekingsremmers zijn het antwoord op hooikoorts, vaak als neusspray of tablet”, zegt dr. Heleen Moed van het Erasmus Medisch Centrum. “Wij vermoeden dat deze middelen niet alleen helpen bij hooikoorts, maar ook bij het verminderen van milde astma klachten.”Ruim vierhonderd kinderen met hooikoorts, van wie de helft ook astma heeft, doen mee in het onderzoek. Tegelijk wordt bij deze kinderen onderzocht welke behandeling het beste werkt tegen hooikoorts: antihistamine tablet, elke dag neusspray of alleen een neusspray bij klachten.

Miljoenen voor wetenschappelijk onderzoek

Het onderzoek naar de neusspray is één van tien wetenschappelijke projecten die van het Astma Fonds een kwart miljoen euro ontvangen: opgeteld besteedt het Astma Fonds aan deze tien projecten bijna drie miljoen euro. Andere onderzoeken richten zich op bijvoorbeeld genetische reacties bij de behandeling van COPD, de invloed van dieseluitstoot op de longen van mensen met een longziekte en de rol van specifieke eiwitten voor een goede longfunctie.

“Mensen met een chronische longziekte verdienen een beter vooruitzicht”, zegt directeur Michael Rutgers van het Astma Fonds. “Daarom besteden we minimaal een kwart van onze inkomsten aan wetenschappelijk onderzoek. Momenteel lopen er zo’n tachtig onderzoeksprojecten die allemaal veel betekenend kunnen zijn voor mensen met een chronische longziekte. In de voorbije jaren droeg dat bij aan belangrijke doorbraken, zoals het inzicht dat allergie een rol kan spelen bij astma en de ontwikkeling van de inhalator.”

Bron: Astmafonds

View full post on FysioForum

Het UMC Utrecht heeft een apparaatje ontwikkeld dat in een paar ademteugen de kans op longziekten bepaalt. Ook bij zuigelingen en peuters. Kinderlongarts prof. dr. Kors van der Ent vertelt over de ‘Whistler’ in het julinummer van Uniek, het magazine van het UMC Utrecht. View full post on Fysiotherapie : Nieuws