Posts Tagged ‘beter’
Dagelijks meer staan en bewegen, bijvoorbeeld slenteren, is beter voor je gezondheid dan een uur intensief sporten. “De Nederlandse beweegnorm, die inhoudt dat je elke dag een half uur intensief moet bewegen, blijkt dus onjuist.” Dat stelt dr. Hans Savelberg, universitair hoofddocent Bewegingswetenschappen aan het Maastricht UMC+/UM. Op 13 februari 2013 publiceerde hij zijn bevindingen in het internationale online tijdschrift PLOS ONE.
Laagintensief, alledaags bewegen, zoals staan, slenteren, wandelen en fietsen, heeft een veel positiever effect op risicofactoren voor suikerziekte en hart- en vaatziekten dan één uur per dag sporten, met als voorwaarde dat het calorieverbruik bij beide vormen ongeveer aan elkaar gelijk is.
Bewegingsregimes
Savelberg stelde in zijn onderzoek drie bewegingsregimes op en vroeg achttien gezonde studenten tussen 19-24 jaar oud om de drie regimes vier dagen achtereen te volgen. In het eerste regime moesten de deelnemers veertien uur per dag zitten. Ze mochten gedurende twee uren die overdag overbleven, lopen. In het tweede regime werd één uur zittijd verruild voor intensieve beweging. Tijdens het derde regime werd de studenten gevraagd zes uur zittijd te verruilen voor vier uur lopen en twee uur staan.
Resultaten
De resultaten lieten, volgens de verwachting, zien dat in het eerste regime minder calorieën gedurende de dag verbruikt werden dan in de andere twee regimes, waar het calorieverbruik nagenoeg gelijk was. Cholesterol- en lipidenwaarden in het bloed waren iets verbeterd na het tweede regime (met een uur intensief sporten) ten opzichte van het eerste regime (alleen zitten). Echter, verrassend genoeg trad na het ‘slenterregime’ een aanzienlijke verbetering op in de bloedwaarden ten opzichte van zowel het eerste als het tweede beweegregime. Savelberg concludeert dat, wanneer het energieverbruik gelijk is, een langere duur van lage-intensiteit-beweging tot grotere gezondheidsvoordelen leidt dan kortere perioden van intense activiteit.
Veranderende kijk op gezonde leefstijl
Savelberg: “Deze onderzoeksresultaten zullen onze kijk op een gezonde leefstijl ingrijpend wijzigen. De zogenoemde beweegnorm, iedere dag minimaal een half uur sporten, blijkt onjuist. Niet iedereen kan of wil sporten, waardoor veel mensen het advies ook niet opvolgen. En wie dat wel doet, heeft er niet altijd baat bij, want wie dagelijks een half uur sport, houdt nog 23,5 uur over om te zitten.”
Bron: azm.nl
View full post on FysioForum
Eén op de vijf Nederlanders heeft of krijgt te maken met een of andere vorm van chronische pijn. Lichamelijke chronische pijn die in eerste instantie ook lichamelijk wordt bestreden met pijnstillers. Daarvan gaan bepaalde mensen steeds meer en zwaardere varianten slikken, vooral in stedelijke gebieden, concluderen Maastrichtse onderzoekers onder leiding van psychiater dr. Carsten Leue onlangs in de British Medical Journal.
Deze ‘escalatie van medicijngebruik’ leidt tot een medicatie tolerantie met als gevolg pijntoename, terwijl de oorzaak van chronische pijn niet voldoende wordt aangepakt. Hij pleit daarom voor een integrale aanpak van chronische pijn, waarbij ook oog is voor bijkomende psychische problematiek.
Maastrichts onderzoek: toenemend medicijngebruik bij ‘Pain in the city’
Leue en zijn collega-onderzoekers* analyseerden pijnmedicatie bij Nederlandse patiënten met chronisch gebruik van pijnstillers. Daarin ontdekten ze voor het eerst een duidelijk verband tussen chronische pijnpatiënten in stedelijke omgevingen en het toenemend gebruik van sterke en zeer sterke pijnstillers, met vaak verandering van gedrag en stemming als gevolg.
“Het gebruik van steeds zwaardere middelen helpt vaak niet. Het leidt niet alleen eerder tot een verergering van de pijnklachten, maar ook tot meer bijwerkingen en negatieve gevolgen als gedragsproblemen, verslaving of zelf verkeersongelukken.”
Chronische pijn staat in veel gevallen gelijk aan lichamelijke pijn. Die laatste ervaart de patiënt wel als zodanig, wat echter niet automatisch betekent dat er ook altijd een lichamelijke oorzaak voor is aan te wijzen.
Een pijnbehandelaar zou dan ook voor een ‘integrale benadering’ moeten kiezen, zoals Leue dat noemt. De medicus dient niet alleen naar de lichamelijke pijn van zijn patiënt te kijken, maar ook te onderzoeken of onder deze pijn geestelijke nood schuilgaat. “Deze aanpak kan onnodige en riskante, kostbare chirurgische ingrepen besparen. Rugpatiënten met een depressie of stressstoornis worden vaker geopereerd dan patiënten die geestelijk stabiel zijn. Operaties die nogal eens gedoemd zijn te mislukken en daarom met een officiële medische naam zijn getooid:failed back surgery syndrome“.
Integrale aanpak chronische pijn: beter voor patiënt èn voor de kas
Leue is er van overtuigd dat de gezondheidszorg met zo’n ‘integrale benadering’ een veel geld kan besparen: “De patiënt merkt dat deze aanpak werkt, volgt daarom trouw
zijn therapie en zal niet allerlei andere zorgverleners blijven aflopen om zijn probleem te laten verhelpen. We hebben inmiddels een nog niet gepubliceerde studie gedaan onder iets meer dan 150 patiënten met onvoldoende verklaarde klachten, waaronder pijn. Wat blijkt? De zorg kan jaarlijks een kwart per patiënt aan kosten besparen door diens psychologische of psychiatrische klachten in de diagnose en behandeling mee te nemen.”
* Carsten Leue, Servaas Buijs, Jacqueline Strik, Richel Lousberg, Jasper Smit, Maarten van Kleef, Jim van Os - Observational evidence that urbanisation and neighbourhood deprivation are associated with escalation in chronic pharmacological pain treatment: a longitudinal population-based study in the Netherlands (British Medical Journal Open, august 2012)
View full post on FysioForum
Voor een succesvolle implementatie van de richtlijn Urine-incontinentie bij kwetsbare ouderen moet deze beter worden afgestemd op de opleidingsniveaus van verzorgenden en helpenden en rekening houden met veel parttime contracten. Ook zijn goede samenwerkingsverbanden met de andere betrokken disciplines zoals artsen, apothekers en fysiotherapeuten noodzakelijk. Deze conclusies trekken V&VN en het NIVEL in TvZ, op basis van een onderzoek in verpleeg- en verzorgingshuizen en de thuiszorg.
De zorg rondom urine-incontinentie is vooral bij ouderen vaak onder de maat. In 2010 werd de richtlijn Urine-incontinentie bij kwetsbare ouderen gepubliceerd. Verpleegkundigen & Verzorgenden Nederdland en het NIVEL (Nederlands instituut voor onderzoek van de gezondheidszorg) brachten voor de Regieraad Kwaliteit van Zorg de factoren in kaart die implementatie van deze richtlijn in de caresector beïnvloeden. Een artikel in TvZ doet verslag van de onderzoeksuitkomsten.
Praktische voorschriften
NIVEL-onderzoeker Renate Verkaik: “Het taalgebruik in de richtlijn moet eenvoudiger. Verzorgenden en helpenden hebben behoefte aan concrete en praktische voorschriften, zodat ze precies weten hoe ze moeten handelen. Daar ontbreekt het nu nog aan in de richtlijn. Bovendien werken ze veelal parttime waardoor er heel veel overdrachtsmomenten zijn. Een helder stappenplan kan de overdracht eenvoudiger maken.”
Samenwerking
“In de verzorgingshuizen en thuiszorg werken artsen, apothekers, fysiotherapeuten, verpleegkundigen en verzorgenden nog minder nauw samen dan in verpleeghuizen”, vervolgt ze. “Duidelijke afspraken kunnen hier de samenwerking nog verbeteren. En dat is ook een voorwaarde voor goede invoering van de richtlijn.”
Bron: nivel
View full post on FysioForum
De integrale bekostiging moet voortgaan. Wel moeten zorgverzekeraars en overheid scherpere voorwaarden stellen aan de organisatie en prestaties van zorggroepen en moeten patiënten veel meer bij de vormgeving van de zorgverlening worden betrokken. Integrale bekostiging van zorg voor patiënten met een specifieke chronische ziekte is geen gewenst eindstation maar een tussenstap naar een ander type bekostiging die meer op populatie is gericht, volgens de Evaluatiecommissie Integrale Bekostiging die vandaag haar eindrapport aanbiedt aan minister Schippers van VWS.
Vanaf 2010 wordt de zorg aan patiënten met de chronische aandoeningen diabetes en COPD, en aan mensen met een verhoogd risico op hart- en vaatziekten ‘integraal bekostigd’. Dat betekent dat één organisatie verantwoordelijk is voor alle zorg voor de betreffende aandoening, waar voorheen huisartsen, diëtistes en fysiotherapeuten ieder verantwoordelijk waren voor hun eigen deel van de zorg, maar niemand voor het totaal. Die organisaties, zorggroepen genoemd, zijn meestal regionaal georganiseerde groepen van huisartsen, die andere zorgverleners ‘subcontracteren’. De zorggroepen zijn belast met de coördinatie van de zorg en regelen de betaling aan de verschillende zorgverleners. De nieuwe werkwijze moet leiden tot goedkopere zorg van betere kwaliteit.
Evaluatie
Het nieuwe systeem is nog niet overal ingevoerd. Er is een overgangsperiode ingesteld waarin de zorg ook op de oude manier kan worden bekostigd. De minister van VWS heeft de Evaluatiecommissie Integrale Bekostiging ingesteld om de invoering te volgen en te adviseren over het al dan niet beëindigen van deze overgangsperiode. Door de integrale bekostiging blijkt inmiddels een vrijwel landelijk dekkend netwerk van zorggroepen te zijn ontstaan, waarbinnen huisartsen multidisciplinair samenwerken met onder meer praktijkondersteuners, diëtistes, fysiotherapeuten, podotherapeuten, internisten en oogartsen, met positieve effecten op de kwaliteit van zorg. Bovendien is een waarneembaar deel van de zorg voor diabetespatiënten verschoven van het ziekenhuis naar de eerste lijn.
Kosten
De zorgkosten van diabetespatiënten waren in de opstartfase hoger. Dat komt door de investeringen in de eerste lijn om de verschuiving op gang te brengen en doordat de kosten in de tweede lijn, ondanks dat er minder patiënten worden behandeld, niet zijn gedaald. De commissie constateert verder aanzienlijke verschillen tussen zorggroepen zowel in kosten als geleverde prestaties. Tenslotte, treden te verwachten kostenbesparingen door minder complicaties pas op langere termijn op.
Adviezen
De commissie vindt het nog te vroeg om de overgangsregeling te laten vervallen. Er moet strakker worden gestuurd door verzekeraars en overheid op de prestatie en organisatie van zorggroepen. Ook moeten verzekeraars actiever sturen op de kosten in de tweede lijn om de winst te ‘verzilveren’ van de verschuiving van zorg naar de eerste lijn.
Patiënt
In de integrale bekostiging is een belangrijke rol voorzien voor de patiënt die gestimuleerd zou moeten worden zichzelf te ‘managen’ en waarover afspraken in een individueel zorgplan zouden worden vastgelegd. Dit komt volgens de commissie nog onvoldoende uit de verf. De commissie adviseert patiënten meer te betrekken door onder meer naar Belgisch voorbeeld patiënten die zich committeren aan het zorgplan korting op eigen bijdrage/eigen risico te geven.
Perspectief
De commissie vindt per aandoening gefinancierde zorg geen gewenste eindsituatie, omdat deze vorm van bekostiging niet geschikt is voor chronisch zieke patiënten met meerdere aandoeningen tegelijkertijd. Wat veel voorkomt. Bovendien begint de bekostiging pas als iemand patiënt ís, daarbij voorbijgaand aan de mogelijkheid de aandoening te voorkomen (preventie). De commissie ziet daarom ziektegerichte integrale bekostiging als een tussenstap naar een meer omvattende, populatiegerichte bekostiging, gebaseerd op de bijdrage die de zorg levert aan een gezondere bevolking.
Download het eindrapport in PDF
Bron: nivel
View full post on FysioForum
Bijna de helft van de Parkinson-patiënten beweegt weer wat makkelijker na de nachtrust of een middagdutje. Dat blijkt uit onderzoek van dr. Sebastiaan Overeem, slaapgeneeskundige in het UMC St Radboud, dat online is gepubliceerd in het Journal of Parkinson’s Disease.
Veel Parkinsonpatiënten merken dat ze weer wat makkelijker bewegen na een nacht slapen. Ook een middagdutje zorgt vaak voor een verbetering van de motorische functies. Het verschijnsel, dat ‘slaapwinst’ wordt genoemd, laat zich nog moeilijk verklaren. Sebastiaan Overeem, slaapgeneeskundige op de afdeling Neurologie van het UMC St Radboud: “Na een nacht zonder medicatie zou je eerder het tegendeel verwachten.”
Oorzaak blijft raadsel
Overeem heeft met Nijmeegse collega’s het verschijnsel nu bij ruim tweehonderd Parkinsonpatiënten nader onderzocht. “Bijna de helft van de patiënten geeft aan beter te functioneren na het slapen. Dat hoeft niet per se de nachtrust te zijn, want ook een middagdutje blijkt vaak positieve effecten te hebben. Twintig procent van de patiënten ervaart slaapwinst na de nachtrust, eenzelfde percentage heeft slaapwinst bij zowel nachtrust als het middagdutje, terwijl ruim tien procent die slaapwinst alleen rapporteert na het middagdutje.”
De onderzoekers hebben gekeken of er factoren zijn, die bepalend zijn voor de slaapwinst. Overeem: “Het tijdstip van ontstaan, de duur van de ziekte, het type behandeling, de mate van depressie, vermoeidheid, geheugen, slaapkwaliteit; op geen enkele factor zien we tot dusver een duidelijk verschil. Maar los daarvan melden zóveel mensen dat ze baat hebben bij momenten van slaap, dat we dit verschijnsel verder gaan onderzoeken. Nu berust het voordeel nog op de eigen ervaring, in een volgend onderzoek willen we bekijken of we die verbetering in motoriek ook echt objectief kunnen meten.”
Intrigerend verschijnsel
Als ook de objectieve gegevens dezelfde kant op wijzen, dan kan het middagdutje voor een deel van de patiënten misschien een onderdeel worden van de behandeling, denkt Overeem. Daarnaast wordt het dan ook interessant om meer onderzoek te doen naar het onderliggende biologische mechanisme.
Overeem: “Een van de hypotheses is, dat de slaapwinst vooral te maken heeft met ons bioritme, met onze dag- en nachtcyclus. Maar de effecten van het middagdutje lijken die hypothese te ondermijnen, en wijzen sterk op een direct effect van de slaap zélf. Een alternatieve verklaring gaat ervan uit dat de zenuwcellen tijdens de slaap het tekort aan dopamine – de oorzaak van de ziekte van Parkinson – weer enigszins aanvullen. Hoe dan ook, deze studie levert voldoende aanknopingspunten op voor verder onderzoek naar dit intrigerende verschijnsel.”
Bron: UMC St Radboud
View full post on FysioForum
De onderzoeksmethoden en therapeutische inhoud van studies naar de effectiviteit van (fysio)therapeutische training moeten beter. Zonder verbetering van beide blijven juiste conclusies over de (in)effectiviteit lastig te trekken. Deze week presenteerden TNO en de Sint Maartenskliniek, in samenwerking met het Nivel en het Maastricht UMC+, in het internationaal toonaangevende tijdschrift PLoS-ONE een methode om het therapeutisch trainingsonderzoek van de fysiotherapie te verbeteren.
Fysieke inactiviteit is wereldwijd de 4de risicofactor voor overlijden. Met therapeutisch trainen proberen fysiotherapeuten dat terug te dringen, vooral bij mensen met chronische aandoeningen. Dat de effecten gering en kortstondig zijn, heeft mede te maken met de beperkte aandacht die onderzoekers tot op heden besteedden aan aspecten als de onderbouwing van de training en het trainen op maat.
In het PLoS-ONE-onderzoek werden 13 wetenschappelijke, preoperatieve, therapeutische trainingen onderzocht op hun kwaliteit. Met behulp van een nieuw instrument de “CONTENT”werden ze op een negental kritieke succesfactoren beoordeeld. Experts van TNO, Sint Maartenskliniek, Nivel en UM/MUMC+ concludeerden dat geen van de oefenprogramma’s voldeed aan de voorafgestelde kwaliteitseisen. Veelal werden de verkeerde patiënten getraind, namelijk de relatief fitte patiënten. Terwijl de niet-fitte patiënten, die het meeste baat hebben bij training, werden uitgesloten. Ook lag de trainingsintensiteit vaak erg laag, zelfs regelmatig onder het niveau van de Nederlandse Norm Gezondheid Bewegen.
Met het door de partners gemaakte nieuwe instrument “CONTENT” kunnen het onderzoek naar de praktijk van therapeutisch trainen sterk verbeteren. De “CONTENT” kan daarbij dienen als een APK-checklist voor de 8000 eerdere systematische reviewstudies naar de effectiviteit van therapeutisch trainen.
Download het artikel (PDF)
Bron: TNO
View full post on FysioForum
De patiëntgerichte benadering moet aangepast worden: meer aandacht voor het behandelen van gezondheidsproblemen en een efficiëntere exploratie van de klachten. Dit is de conclusie van ergotherapeute Isaline Eijssen die op 21 maart promoveert. Bij de patiëntgerichte benadering staat de manier waarop de patiënt tegen zijn of haar gezondheidsproblemen aankijkt centraal en krijgt de patiënt een belangrijke rol in de uitvoering van de behandeling.
Een patiëntgerichte benadering zou leiden tot een groter effect van de behandeling, grotere therapietrouw en grotere tevredenheid van de patiënt. Om te onderzoeken of dit inderdaad zo is, bekeek Isaline Eijssen het effect van een patiëntgerichte benadering in de revalidatie (ergotherapie) van mensen met multiple sclerose (MS) ten opzichte van de reguliere revalidatie. Aan dit onderzoek hebben ergotherapeuten, patiënten en artsen van 13 Nederlandse centra deelgenomen.
De patiëntgerichte benadering leidde, tegen de verwachting in, tot slechtere resultaten dan de reguliere behandeling. Zo was het resultaat op het gebied van vermoeidheid en van kwaliteit van leven slechter bij de patiëntgerichte therapie. Nader onderzoek liet zien dat therapeuten bij de patiëntgerichte benadering meer aandacht besteedden aan exploratie en diagnostiek van de gezondheidsproblemen van de patiënt en minder aan het daadwerkelijk behandelen van de problemen. Het onderzoek laat verder zien dat patiëntgerichte benadering leidt tot een patiëntgerichter therapieproces. De conclusie van Isaline Eijssen is dat de patiëntgerichte benadering aangepast moet worden. Het blijft van belang rekening te houden met het gezichtspunt van de patiënt, maar de exploratiefase en het daadwerkelijk behandelen van de gezondheidsproblemen van de patiënt dienen meer met elkaar in balans te zijn.
Download het proefschrift
Bron: VUmc
View full post on FysioForum
Geamputeerden passen hun motoriek aan aan de technische mogelijkheden van hun beenprothese, zo blijkt uit onderzoek van UMCG-promovenda Carolin Curtze. Beenprotheses kunnen verbeterd worden door uit te gaan van de motoriek van de patiënt in plaats van de technologie.
Curtze onderzocht de interactie tussen protheses, patiënten en de omgeving. Met een zelfontwikkeld meetinstrument bracht ze afwikkelprofielen van prothesevoeten in kaart. Ze ontdekte dat de afwikkelprofielen bepalend zijn voor de stabiliteit. Ook schoenen blijken de stabiliteit te beïnvloeden. Hoewel de afwikkelprofielen die van gezonden benaderen, lopen geamputeerden met name niet symmetrisch als gevolg van de beperkte mogelijkheden van de prothese.
De promovenda ontwikkelde een aantal tests om de balansvaardigheid van patiënten met een beenprothese te meten. Ze stelt vast dat geamputeerden in staat zijn de tekortkomingen van de prothese te compenseren. Ook blijken de eigenschappen van de prothese bij te dragen aan de balanshandhaving
Geamputeerden zijn even efficiënt in het herstellen van een dreigende val als gezonde proefpersonen, zo stelt Curtze verder vast. Het maakt daarbij niet uit of ze uitstappen met het prothesebeen of met het gezonde been. Bij het lopen op een oneffen oppervlak vergroten geamputeerden de armzwaai om stabiel te lopen; het stappatroon verandert niet.
Bron: UMCG
View full post on FysioForum
Het bekroonde zorgconcept ParkinsonNet bewijst dat een betere organisatie van de zorg voor parkinsonpatiënten leidt tot grote kwaliteitswinst en een forse kostenbesparing. Dat blijkt uit een onderzoek van het onderzoeksbureau Plexus en het informatiecentrum Vektis dat in opdracht van Zorgverzekeraars Nederland is uitgevoerd.
Het ParkinsonNet is inmiddels in heel Nederland actief waardoor bijvoorbeeld de kans dat een parkinsonpatiënt een heup breekt met de helft is afgenomen. Bovendien kunnen de betrokken zorgverleners door de goede samenwerking de kosten beperken met vijftien tot twintig miljoen euro per jaar.
Kwaliteitswinst en kostenbesparing van 20 miljoen euro.
ParkinsonNet is een bekroond zorgconcept waarin zorgverleners goed geschoold worden en efficiënt met elkaar samenwerken. Parkinsonpatiënten hebben te maken met verschillende zorgverleners zoals de huisarts, fysiotherapeut, neuroloog, logopedist en thuiszorg. Goede afstemming van de zorg is voor deze groep patiënten van groot belang. Het ParkinsonNet brengt de zorgverleners onder andere via scholing en een digitaal platform bij elkaar. Maar ook de patiënt heeft toegang tot deze website. ParkinsonNet is een initiatief van het UMC St Radboud en de Nederlandse Werkgroep voor Bewegingsstoornissen. Het wordt ondersteund door de Parkinson Vereniging van patiënten. Op dit moment zijn er 65 regionale netwerken die geheel Nederland bestrijken.
Voor het onderzoek is een database gebruikt met de geanonimiseerde verzekeringsgegevens van ruim 28.000 Parkinsonpatiënten. De resultaten bekrachtigen wetenschappelijk onderzoek van het UMC St Radboud, waarin al eerder is aangetoond dat het ParkinsonNet de kwaliteit van zorg verbetert. Op basis van het nieuwe onderzoeksrapport hebben de zorgverzekeraars unaniem besloten om het ParkinsonNet structureel te financieren.
Bron: UMC St Radboud
View full post on FysioForum
Een nieuw heupimplantaat verbetert de behandeling van gebroken heupen. Chirurg Herbert Roerdink concludeert dat in zijn proefschrift. Het implantaat i View full post on Fysiotherapie : Nieuws