Posts Tagged ‘Bewegen’

Het aantal kinderen, jongeren en volwassenen dat te zwaar is in Nederland neemt toe. Om het groeiende probleem van overgewicht en obesitas aan te pakken is op 23 november 2009 tijdens de Nationale Balans Top in Den Haag het Convenant Gezond Gewicht getekend. Het Convenant Gezond Gewicht (hierna: het convenant) is een uniek samenwerkingsverband van in totaal 27 partijen afkomstig van (rijks- en lokale) overheden, het bedrijfsleven en maatschappelijke organisaties, die zich gezamenlijk inzetten om overgewicht en obesitas aan te pakken. Het convenant loopt van 2010 tot 2015 en heeft voor die periode een drietal doelstellingen opgesteld (Artikel 1 van het convenant):

  1. Het maatschappelijk agenderen van overgewicht en obesitas en de maatregelen voor het terugdringen ervan.
  2. Het vergroten van de bewustwording van en kennis over de gezondheidsrisico’s van overgewicht en obesitas in de Nederlandse bevolking en de achterban van partijen en het bestaan van (effectieve) maatregelen die bijdragen aan de preventie en de aanpak van overgewicht en obesitas.
  3. Het bewerkstelligen van een trendbreuk in de ontwikkeling van overgewicht en obesitas bij kinderen en volwassenen in Nederland, hetgeen betekent dat de stijgende lijn van obesitas bij volwassenen en de stijgende lijn van overgewicht en obesitas bij kinderen wordt omgezet in een dalende lijn en dat de zich stabiliserende lijn van overgewicht bij volwassenen ook wordt omgezet in een dalende lijn.

Om deze doelstellingen te evalueren, zoals voorgeschreven is in artikel 5 van het convenant, wordt aangesloten bij bestaande landelijke onderzoeken. Voor het evalueren van de eerste twee doelstellingen wordt de Enquête Ongevallen en Bewegen in Nederland (hierna: OBiN) gebruikt. Deze enquête wordt jaarlijks uitgevoerd door TNO en gaat in op bewegen en gezondheid van mensen in Nederland. Om deze enquête aan te laten sluiten bij de evaluatiebehoefte van het convenant, zijn speciaal voor de evaluatie van het convenant aanvullende vragen ontwikkeld en toegevoegd aan OBiN. Met behulp van OBiN kunnen bijvoorbeeld de ontwikkelingen in de maatschappelijke agendering van overgewicht en obesitas inzichtelijk worden gemaakt door te kijken naar de mening die mensen hebben over bewegen en voeding of het beweeg- en eetgedrag dat zij rapporteren. Dit geeft ‘naar de letter’ geen antwoord op de genoemde doelstellingen van het convenant, maar levert ‘naar de geest’ wel bruikbare informatie op om het convenant te evalueren.

Download het verslag (PDF)
Bron: Convenant Gezond Gewicht

View full post on FysioForum

Nederlanders doen het wereldwijd gezien niet gek als het aankomt op het krijgen van genoeg beweging. Dat blijkt uit wetenschappelijk onderzoek in 122 landen, zo schrijft de Britse krant The Guardian en het wetenschappelijke tijdschrift The Lancet. Nederland staat in de wereldwijde subtop als het aankomt op het krijgen van genoeg beweging.

De onderzoekers keken naar het aantal mensen dat wekelijks minimaal 5 keer minimaal 30 minuten gemiddeld actief is en drie keer per week minstens 20 minuten een zware inspanning levert of iets vergelijkbaars doet.

Eis

Het blijkt dat vier op de vijf Nederlanders ouder dan 15 jaar aan die eis voldoet. Slechts 18,2 procent van de Nederlanders weet dit niet voor elkaar te krijgen. Vrouwen zijn iets beter in het behalen van de gestelde doeleinden ten opzichte van mannen, respectievelijk 15,2 tegen 21,3 procent slaagt er niet in.
Wereldwijd blijkt van de 122 onderzochte landen Bangladesh de meest actieve bevolking te hebben. Daar komt slechts 4,7 procent van de mensen niet aan de benodigde beweging.Malta, Swaziland en Saoedi-Arabië bungelen onderaan. Ongeveer 70 procent van de bevolking van die landen voldoet niet aan de eisen.

Omgevingsfactoren

Dat verschil komt vooral door verschillende persoonlijke, sociale en omgevingsfactoren. Zo scheelt het of er op werk en scholen op uitgebreide schaal voorlichting wordt gegeven en of er in de omgeving genoeg ruimte is om te bewegen.
Overheden, bedrijven en dergelijke doen er goed aan om programma’s op te stellen, om mensen te laten bewegen. Uit het onderzoek blijkt dat dat werkt, al verschilt per regio welke aanpak het beste is.

Prikkels

Zo blijkt dat in Zuid-Amerika vooral korte, krachtige prikkels in bedrijven, verzorgingstehuizen en buurtcentra effectief zijn. Ook in Europa krijgt deze manier van mensen activeren meer en meer voet aan de grond.
De beweging zegt overigens niet alles over de gezondheid of de lichaamsomvang van de bevolking in een land, al benadrukken de onderzoekers in hun artikel wel dat ”regelmatig bewegen helpt tegen hart- en vaatziekten, type 2 diabetes, bepaalde vormen van kanker, hypertensie, obesitas, depressies en andere chronische ziekten’’.

Bron: ANP/nu.nl

View full post on FysioForum

Mensen met astma bewegen wel voldoende, voor mensen met COPD blijkt dat lastiger. Zij zijn ruim drie keer zo vaak inactief als de Nederlandse bevolking, 16% beweegt nog geen half uur per week.

Astma is een chronische ontsteking van de luchtwegen, die veel voorkomt. In Nederland heeft ongeveer een half miljoen mensen astma. Kenmerkend voor astma zijn aanvallen van kortademigheid en acute benauwdheid. De aanvallen en perioden met klachten worden afgewisseld met klachtenvrije perioden. Chronisch obstructieve longziekte (COPD) is een verzamelnaam voor chronische bronchitis en longemfyseem. Ongeveer 320.000 mensen in Nederland hebben COPD. De luchtwegen zijn vernauwd, wat de ademhaling bemoeilijkt. De vernauwing is grotendeels onomkeerbaar en leidt permanent tot kortademigheid, hoesten en overmatige slijmproductie. Verantwoord bewegen kan heilzaam zijn bij deze chronische ziekten. Met subsidie van het Astma Fonds onderzocht het NIVEL (Nederlands instituut voor onderzoek van de gezondheidszorg) het beweeggedrag van mensen met astma en COPD.

Gezond bewegen

De Nederlandse Norm Gezond Bewegen (NNGB) stelt dat tenminste 5 dagen per week 30 minuten matig intensief bewegen – bijvoorbeeld stevig wandelen of fietsen – belangrijk is voor de gezondheid. Zeventig procent van de mensen met astma voldoet aan deze norm en slechts 4% is inactief, wat wil zeggen dat zij op geen enkele dag een halfuur bewegen. Zij wijken hiermee niet af van de Nederlandse bevolking. Bij mensen met COPD ligt dit anders. Van hen is 16% inactief. Gebrek aan energie vormt voor hen de belangrijkste belemmering om meer te bewegen. NIVEL-onderzoeker Monique Heijmans. “Juist binnen de groep inactieven is gezondheidswinst te halen omdat iedere vorm van bewegen – hoe beperkt ook – kan bijdragen aan een betere gezondheid.”

Advies op maat

Mensen met COPD die inactief zijn, zien het belang van bewegen wel degelijk in en willen ook meer bewegen – 44% heeft behoefte aan extra hulp of ondersteuning om meer te bewegen. Ze krijgen wel adviezen van zorgverleners, maar ze weten toch niet goed wat ze moeten doen. Heijmans: “Kennelijk bieden de adviezen te weinig handvatten. Het advies moet meer op maat. Als een advies meer is toegesneden op de wensen en behoeften van de individuele patiënt kan het wellicht wel tot een gedragsverandering leiden.

Onderzoek

Voor het onderzoek zijn gegevens gebruikt van 405 mensen met astma en 345 mensen met COPD uit de ‘Monitor Zorg- en leefsituatie van mensen met astma en COPD’. Tevens is gebruikgemaakt van gegevens van het Nationaal Panel Chronisch zieken en Gehandicapten (NPCG) van het NIVEL.

Download de factsheet in PDF
Bron: Nivel

View full post on FysioForum

Patiënten met overgewicht die last hebben van slijtage van het heupgewricht (artrose) zijn gebaat bij behandeling die is gericht op beweging en afvallen. Ondanks dat internationale richtlijnen dit aanbevelen, krijgt slechts 10% van de patiënten deze behandeling voorgeschreven door de huisarts. UMCG-onderzoeker Nienke Paans heeft laten zien dat een gecombineerd beweeg- en afvalprogramma vóór de heupoperatie het lichamelijk functioneren van artrosepatiënten met overgewicht verbetert en pijnklachten vermindert. Paans pleit ook voor meer aandacht voor bewegen en afvallen nadat een heupprothese is geplaatst. Op 20 juni promoveert zij op de resultaten van haar onderzoek aan de Rijksuniversiteit Groningen.

Patiënten met slijtage van het heupgewricht (artrose) zijn gemiddeld 7 jaar onder behandeling van hun huisarts voordat zij operatief een kunstheup krijgen. Paans stelde dit vast met behulp van de gegevens van 30.000 patiënten uit een medisch registratie netwerk van huisartsen over een periode van 10 jaar, van 1998-2008.
Vicieuze cirkel

Patiënten die last hebben van heupartrose lopen het risico in een vicieuze cirkel terecht te komen. “Als het lopen pijn doet vanwege de artrose, gaan mensen beweging vermijden en blijven ze in de stoel zitten. Dan bestaat de kans dat hun gewicht toeneemt. Door dit gebrek aan bewegen, met daarbij de extra belasting van het gewicht op het heupgewricht, zullen de klachten toenemen,” licht Paans toe.

Bewegen en afvallen

Bij artrosepatiënten met overgewicht onderzocht Paans de effecten van een programma voor bewegen en afvallen voordat zij een kunstheup krijgen. Deelname aan het programma resulteerde in een verbetering van het zelfgerapporteerde lichamelijk functioneren. Daarnaast werd een verbetering gezien in het loopvermogen. Ook vielen de patiënten af. Ten opzichte van de start van het programma waren de deelnemers na 8 maanden gemiddeld 5,6 kg lichter en was hun lichaamsvet met 3,3% afgenomen. “Het gecombineerde programma voor bewegen en afvallen betekent dat je patiënten met heupartrose meer te bieden hebt dan alleen pijnbestrijding,” legt Paans uit. “Bovendien kan het leiden tot uitstel van de heupoperatie, wat gunstig is omdat een kunstheup maar 10-15 jaar meegaat.”

Na de operatie

Artsen en andere behandelaars veronderstellen dat patiënten met overgewicht na plaatsing van de heupprothese weer gaan bewegen, omdat dit weer mogelijk is. Daardoor zouden ze weer kunnen afvallen. Paans stelde vast dat dit niet het geval is. “Het is belangrijk dat patiënten gaan bewegen en afvallen, omdat overgewicht het succes van de operatie beïnvloedt. Teveel lichaamsgewicht kan leiden tot vroegtijdige loslating van de prothese en dat is niet wat je wilt,” vertelt Paans.

Richtlijn

Paans concludeert dat Nederlandse huisartsen beter ondersteund zouden moeten worden in hun medisch beleid bij heupartrose in de periode voorafgaand aan het plaatsen van een kunstheup. De ontwikkeling van een richtlijn voor huisartsen is daartoe belangrijk. Bewegen en afvallen voor en na de operatie zouden daarin een belangrijke plaats moeten krijgen, aldus Paans.

Bron: UMC Groningen

View full post on FysioForum

Vijftigplussers met een verstandelijke beperking zijn eerder “oud” dan hun leeftijdsgenoten uit de algemene bevolking. Hun kwetsbaarheid komt overeen met gezonde personen van ruwweg vijftien jaar ouder. Om die kwetsbaarheid te verkleinen moet er meer aandacht komen voor een gezonde leefstijl. De fitheid kan en moet worden verbeterd en kan de chronische gezondheidsproblemen in deze groep deels voorkomen. Dit blijkt uit de GOUD-studie (Gezond Ouder met een verstandelijke beperking), die wordt uitgevoerd door Erasmus MC in samenwerking met drie grote zorgaanbieders. In de komende editie van Monitor, het magazine van Erasmus MC, wordt de GOUD-studie uitvoerig belicht.

In de GOUD-studie werkt het Erasmus MC samen met drie zorgorganisaties voor mensen met een verstandelijke beperking: Ipse de Bruggen (Zwammerdam), Abrona (Huis ter Heide) en Amarant (Tilburg). Die zorgaanbieders ervaren dat de gemiddelde levensverwachting van hun bewoners stijgt en zij willen dat graag koppelen aan een betere en langere gezondheid. Zowel voor het welzijn van de mensen zelf, als voor zorgzwaarte en de kosten van zorg is dit van belang.

In samenwerking met prof.dr. Heleen Evenhuis, hoogleraar Geneeskunde voor verstandelijk gehandicapten bij de afdeling Huisartsgeneeskunde van het Erasmus MC, is onderzocht welke verbeteringen mogelijk zijn. In de studie zijn 1050 cliënten van 50 jaar en ouder onderzocht. Zij hebben onder andere lichamelijk onderzoek ondergaan, een fitheidsonderzoek, kregen stappentellers en dagritmemeters mee en zijn gescreend op depressie en angst. Het merendeel van de onderzochte cliënten blijkt een zeer lage lichamelijke activiteit en fitheid te vertonen. Dat kan leiden tot obesitas, depressie, een verhoogd risico op hart- en vaatziekten, verlies van spiermassa en spierkracht, en als gevolg daarvan afnemende mobiliteit. Verder stapelen chronische gezondheidsproblemen zich op.

Evenhuis: “Uit de analyses blijkt, dat kwetsbaarheid in de populatie met verstandelijke beperkingen al in de leeftijdsgroep 50-64 jaar even vaak voorkomt als in de algemene 65+ populatie. Boven de 65 jaar neemt dat nog fors toe. Mogelijk vormt dit een verklaring voor het idee van ‘eerder oud’.” Er is vaak sprake van relatief vroege achteruitgang van interesses, mobiliteit of zelfstandigheid. De helft van de 50-plussers met verstandelijke beperkingen woont op locaties waar zorg geboden wordt op het niveau van een verzorgings- of verpleeghuis. In de algemene 65+ populatie is dat maar 6%.

Evenhuis: “Die kwetsbaarheid kan worden verminderd door lichamelijke activiteit te stimuleren. Echter, het gaat hier om verandering van leefstijl, en wel door een groep die daarvoor niet of maar beperkt zelf verantwoordelijkheid kan dragen.” Inmiddels is in het GOUD consortium een beweegprogramma op de dagbesteding afgerond (3 keer per week gedurende 8 maanden), gecombineerd met 2 keer per week een educatief programma, leidend tot concrete ervaringen over hoe deze mensen in beweging te krijgen zijn. Evenhuis: “Hoewel de effect-analyses net gestart zijn, is in elk geval al duidelijk geworden dat de activiteiten door de meeste deelnemers zeer gewaardeerd werden. Ook is gebleken dat activiteitenbegeleiders blijvend professioneel gecoacht moeten worden, wil de interventie doelmatig zijn.” Zowel het educatief programma als het beweegprogramma worden in samenwerking met Vilans geschikt gemaakt voor brede verspreiding.

Bron: Erasmus MC

View full post on FysioForum

Onderzoekers van het Leids Universitair Medisch Centrum (LUMC) zijn op zoek naar driehonderd mensen tussen de zestig en zeventig jaar die meer willen gaan bewegen. Zij kunnen deelnemen aan een onderzoek waarbij ze gedurende drie maanden gratis een bewegingsmonitor, een persoonlijk beweegprogramma via internet en een persoonlijke coach tot hun beschikking krijgen. De ouderen kunnen zo precies bijhouden hoeveel ze bewegen, én proberen daar verbetering in aan te brengen. Het gaat in dit onderzoek niet om fanatiek sporten maar om een blokje om, de trap nemen in plaats van de lift, enzovoorts. De onderzoekers willen vaststellen of het gebruik van moderne technologie kan bijdragen aan een meer actieve leefstijl bij ouderen, en of dat ook gepaard gaat met een gezondere suikerhuishouding.

Broekzak
De deelnemers dragen een klein apparaatje bij zich, bijvoorbeeld in hun broekzak, dat precies bijhoudt hoeveel ze bewegen. Deze bewegingsmonitor kunnen ze aansluiten op de pc, waarna in beeld komt hoeveel ze van minuut tot minuut bewogen hebben. De deelnemers maken een plan om meer fysieke activiteit in hun leven te krijgen. Daarbij worden ze ondersteund door het computerprogramma, maar ook door e-mails van een coach. Om een beeld te krijgen van de stofwisseling, zal tweemaal gedurende vier dagen het bloedsuikergehalte gemeten worden. Dat is mogelijk dankzij een kleine sensor onder de buikhuid die in de thuissituatie gedragen kan worden, ook tijdens bijvoorbeeld het sporten of douchen.

Ziekten
Veel mensen maken tussen hun zestigste en zeventigste kennis met de ouderdom: ze stoppen met werken en krijgen de eerste lichamelijke klachten. Beweging kan de lichamelijke achteruitgang beperken. Het is aangetoond dat beweging de stofwisseling gunstig beïnvloedt, de vaten gezond houdt en tot minder overgewicht leidt. Zo kunnen ziekten als diabetes, hart- en vaatziekten en geestelijke achteruitgang voorkomen of geremd worden. Dankzij de 24-uurs bloedsuikermeter kunnen de onderzoekers bij deze studie voor het eerst bij mensen in hun eigen thuissituatie bestuderen wat het effect is van een digitaal beweegprogramma.

Pc-vaardig
Deelnemers moeten tussen de zestig en zeventig jaar zijn, weinig dagelijkse lichaamsbeweging hebben en daar graag verandering in willen brengen. Daarnaast moeten ze bekend zijn met computer- en internetgebruik en beschikken over een computer met internettoegang. Mensen die vanwege lichamelijke beperkingen niet voldoende mobiel zijn – bijvoorbeeld mensen in een rolstoel – kunnen helaas niet deelnemen.

Voor meer informatie kunt u terecht op www.agostudie.nl. Daar kunt u zich ook aanmelden voor het onderzoek. Het LUMC werkt voor dit onderzoek samen met het VUmc en met Philips, die het computerbeweegprogramma met persoonlijke coach en de bewegingsmonitor levert (zie www.directlife.philips.com/nl).

View full post on FysioForum

Sociale cohesie in de buurt, informele speelruimte (zoals stoepen) en verkeersveiligheid zijn drie van de vele factoren die het beweeggedrag van kinderen beïnvloeden, zo blijkt uit het onderzoek van Marie-Jeanne Aarts. Zij pleit in haar proefschrift voor een multi-sectorale aanpak bij het nemen van ‘beweegvriendelijke’ beleidsmaatregelen door gemeenten.

Het kabinet wil kinderen meer laten sporten en bewegen in de buurt. Meer bewegen is goed voor hun gezondheid en lichamelijke en sociale ontwikkeling. Aarts deed onderzoek onder 11.000 ouders en 4.000 kinderen op 42 basisscholen in vier middelgrote steden in Noord-Brabant. Ook betrok zij de ambtenaren uit deze gemeenten bij haar onderzoek.

Meerdere factoren bepalen of een kind veel beweegt of sport. Zo spelen het opleidingsniveau van de ouders en hun houding ten opzichte van bewegen een rol. Aarts toont aan dat daarnaast ook de leefomgeving van belang is. Vooral sociale kenmerken (sociale cohesie en een gevoel van veiligheid) zorgen ervoor dat kinderen buiten spelen en bewegen. Deze kenmerken lijken belangrijker dan de fysieke inrichting zoals groen in de buurt en formele speelfaciliteiten. Opvallend was verder dat meisjes minder buiten spelen dan jongens en dat zij dus extra stimulans nodig hebben.

Als gemeenten willen dat kinderen meer gaan bewegen moeten zij op verschillende terreinen maatregelen nemen. Niet alleen de sector volksgezondheid, sport en jeugd, maar ook verkeer en vervoer, ruimtelijke ordening, veiligheid en milieu kunnen bijdragen aan een beweegvriendelijke omgeving. Aarts laat zien dat een dergelijke multi-sectorale aanpak van het probleem nog in de kinderschoenen staat. Zij pleit voor grotere bewustwording en meer samenwerking onder beleidsmakers.

Bron: uvt.nl

View full post on FysioForum

Emotionele en gedragsproblemen bij kinderen gaan vaak samen met zwakke motorische vaardigheden en een lage fysieke fitheid. Dit blijkt uit het promoti View full post on Fysiotherapie : Nieuws

Wie voldoende lichaamsbeweging krijgt, heeft minder risico op diabetes type II. Ook wie afvalt, loopt minder kans de ziekte te krijgen. Maar het is me View full post on Fysiotherapie : Nieuws

Veel kinderen en jongeren leven ongezond: ze zitten veel en eten weinig groente en fruit. Toch zien de meeste ouders van jonge kinderen geen noodzaak View full post on Fysiotherapie : Nieuws