Posts Tagged ‘goed’
Wervelkolommen van honden- en katten zijn zeer goede modellen voor die van de mens. Dat concludeert promovendus Hendrik Jan Kranenburg in zijn proefschrift. Vooral hondenwervelkolommen zijn, ondanks sommige verschillen, zeer bruikbaar om nieuwe chirurgische technieken bij mensen op hun bruikbaarheid te beoordelen. Kranenburg pleit voor meer samenwerking tussen humaan onderzoek en onderzoek bij honden op het gebied van rugproblemen.
Aandoeningen die zowel bij mensen als dieren voorkomen, kunnen bij dieren worden bestudeerd om de bestrijding ervan bij mensen te vergemakkelijken; voor het onderzoek naar wervelkolomproblemen worden bijvoorbeeld honden en katten ingezet. In zijn onderzoek keek Kranenburg naar drie aandoeningen die zowel bij de mens als bij honden voorkomen: rughernia’s, ongewenste extra botgroei aan de wervels (DISH) en wervelranden (spondylose).
Nieuwe stap in behandelmethode tussenwervelschijfhernia
Hernia’s van de tussenwervelschijf geven bij mensen veel pijnlijke klachten. De Hernia wordt veroorzaakt doordat de tussenwervelschijven slijten en kapotgaan. De tussenwervelschijf bestaat uit een stevige buitenkant met een zachte kern. Kranenburg: “Bij problemen met de tussenwervelschijf kan de gehele schijf vervangen worden door een prothese, maar de aanhechting aan de wervels is niet altijd optimaal. Wij hebben daarom onderzocht of het vervangen van alleen de kern door een hydrogelprothese ook een optie is. Tijdens een eerste serie bewegingstesten bleek de tussenwervelschijfprothese veelbelovende resultaten te laten zien. Toepassing bij mensen is echter nog niet aan de orde. Daarvoor moeten zowel de prothese zelf, als de techniek om deze op zijn plaats te houden, nog worden aangepast”, aldus Kranenburg.
Vorming nieuw bot
Een ander probleem aan de rug zowel bij mens als dier is als er ongewenst extra bot wordt gevormd aan de wervelranden (spondylose) als onder de wervels (DISH). Daardoor wordt de rug stijver en wordt bewegen soms pijnlijk. Kranenburg: “Het voorkomen van DISH bij mensen is bekend maar bij honden was DISH tot voorkort niet goed onderzocht. In mijn onderzoek heb ik onder andere gevonden dat met name bij Boxers veel nieuw botvorming plaatsvindt. Honden van dit ras zouden dus ingezet kunnen worden om de genetische achtergrond van DISH te onderzoeken. Mogelijk dat dit weer aanknopingspunten biedt voor humaan onderzoek naar DISH.”
“Artsen/onderzoekers op het terrein van rugproblemen bij mensen zouden meer moeten samenwerken met dierenartsen/onderzoekers die honden met rugproblemen behandelen en hiernaar onderzoek doen”, aldus de promovendus.
Bron: Universiteit Utrecht
View full post on FysioForum
Besteed niet alleen aandacht aan de manier waarop patiënten en zorgverleners de communicatie ervaren en waarderen, maar kijk vooral naar de feitelijk gang van zaken in de spreekkamer, zo pleitte hoogleraar communicatie in de gezondheidszorg Sandra van Dulmen vandaag in haar oratie aan de Radboud Universiteit in Nijmegen. “Lange tijd is het belang van goede communicatie tussen zorgverlener en patiënt weliswaar erkend, maar weinig uitgedragen. In de recente discussies over grenzen aan behandeling wordt de meerwaarde van een goed gesprek steeds meer geroemd. Heldere en open communicatie kan zowel onder- als overbehandeling voorkomen, zelfmanagement van patiënten versterken, als het niet opvolgen van behandeladviezen voorkomen. Kortom, als extra tijd voor een goed gesprek gehonoreerd zou worden, zou dit patiënten, de kwaliteit van zorg en de zorgkosten ten goede komen. Vooralsnog sneuvelt een goed gesprek echter vaak door gebrek aan tijd en geld”, stelt Sandra van Dulmen.
Afstemmen
Ze benadrukt: “Ondanks vele goede inspanningen, gaat de helft van alle klachten over de zorg nog steeds over bejegening. Goede communicatie is immers makkelijk noch vanzelfsprekend. Het kost veel zorgverleners moeite hun communicatie af te stemmen op de persoonlijke behoeften aan informatie en aandacht van de patiënt. En patiënten zelf doen weinig moeite die behoeften kenbaar te maken. Mondigheid en ziek zijn gaan namelijk niet goed samen.”
Onderzoek in de spreekkamer
Sandra van Dulmen pleit ervoor niet alleen aandacht te besteden aan de manier waarop patiënten en zorgverleners de communicatie ervaren en waarderen, maar om vooral te kijken naar de feitelijke gang van zaken in de spreekkamer. Vastleggen dat een zorgverlener informatie heeft verstrekt, zegt namelijk nog niet dat die informatie ook bij de patiënt is overgekomen of tot meer gezond gedrag zal leiden. Net zo min als het investeren in de training van zorgverleners in goede communicatievaardigheden er automatisch toe hoeft te leiden dat die ook in praktijk worden gebracht. Routinematige observatie op basis van video-opnames van contacten tussen zorgverleners en patiënten waarborgt het belang van goede communicatie en daarmee van de kwaliteit van zorg.
Nieuwe consultvormen
Hoewel empathie, een luisterend oor en begrijpelijke informatie onomstreden zijn als onderdelen van een goed gesprek, bepalen vooral de urgentie van de zorg, het type hulpvraag en de omstandigheden van een patiënt, welke communicatie het meest doeltreffend is. De ene patiënt is zodoende gebaat bij een persoonlijke ontmoeting, de andere vaart wel bij begeleiding op afstand, waarbij ICT en internet belangrijke middelen zijn. Nieuwe consultvormen zoals groepsconsulten en zorgverlener-patiënt contacten via internet hebben de toekomst maar zijn nog onvoldoende getest en ingebed in de zorg. Dit vraagt om onderzoek naar wie het meeste gebaat is bij welke vorm van contact en van het actief betrekken van patiënten bij de ontwikkeling van nieuwe consultvormen. Niet de techniek moet hierin voorop lopen, maar de wensen en behoeften van de patiënt en de toegevoegde waarde die het heeft voor de kwaliteit van zorg.
Download inaugurele rede (PDF)
Bron: nivel
View full post on FysioForum
Patiënten met overgewicht die last hebben van slijtage van het heupgewricht (artrose) zijn gebaat bij behandeling die is gericht op beweging en afvallen. Ondanks dat internationale richtlijnen dit aanbevelen, krijgt slechts 10% van de patiënten deze behandeling voorgeschreven door de huisarts. UMCG-onderzoeker Nienke Paans heeft laten zien dat een gecombineerd beweeg- en afvalprogramma vóór de heupoperatie het lichamelijk functioneren van artrosepatiënten met overgewicht verbetert en pijnklachten vermindert. Paans pleit ook voor meer aandacht voor bewegen en afvallen nadat een heupprothese is geplaatst. Op 20 juni promoveert zij op de resultaten van haar onderzoek aan de Rijksuniversiteit Groningen.
Patiënten met slijtage van het heupgewricht (artrose) zijn gemiddeld 7 jaar onder behandeling van hun huisarts voordat zij operatief een kunstheup krijgen. Paans stelde dit vast met behulp van de gegevens van 30.000 patiënten uit een medisch registratie netwerk van huisartsen over een periode van 10 jaar, van 1998-2008.
Vicieuze cirkel
Patiënten die last hebben van heupartrose lopen het risico in een vicieuze cirkel terecht te komen. “Als het lopen pijn doet vanwege de artrose, gaan mensen beweging vermijden en blijven ze in de stoel zitten. Dan bestaat de kans dat hun gewicht toeneemt. Door dit gebrek aan bewegen, met daarbij de extra belasting van het gewicht op het heupgewricht, zullen de klachten toenemen,” licht Paans toe.
Bewegen en afvallen
Bij artrosepatiënten met overgewicht onderzocht Paans de effecten van een programma voor bewegen en afvallen voordat zij een kunstheup krijgen. Deelname aan het programma resulteerde in een verbetering van het zelfgerapporteerde lichamelijk functioneren. Daarnaast werd een verbetering gezien in het loopvermogen. Ook vielen de patiënten af. Ten opzichte van de start van het programma waren de deelnemers na 8 maanden gemiddeld 5,6 kg lichter en was hun lichaamsvet met 3,3% afgenomen. “Het gecombineerde programma voor bewegen en afvallen betekent dat je patiënten met heupartrose meer te bieden hebt dan alleen pijnbestrijding,” legt Paans uit. “Bovendien kan het leiden tot uitstel van de heupoperatie, wat gunstig is omdat een kunstheup maar 10-15 jaar meegaat.”
Na de operatie
Artsen en andere behandelaars veronderstellen dat patiënten met overgewicht na plaatsing van de heupprothese weer gaan bewegen, omdat dit weer mogelijk is. Daardoor zouden ze weer kunnen afvallen. Paans stelde vast dat dit niet het geval is. “Het is belangrijk dat patiënten gaan bewegen en afvallen, omdat overgewicht het succes van de operatie beïnvloedt. Teveel lichaamsgewicht kan leiden tot vroegtijdige loslating van de prothese en dat is niet wat je wilt,” vertelt Paans.
Richtlijn
Paans concludeert dat Nederlandse huisartsen beter ondersteund zouden moeten worden in hun medisch beleid bij heupartrose in de periode voorafgaand aan het plaatsen van een kunstheup. De ontwikkeling van een richtlijn voor huisartsen is daartoe belangrijk. Bewegen en afvallen voor en na de operatie zouden daarin een belangrijke plaats moeten krijgen, aldus Paans.
Bron: UMC Groningen
View full post on FysioForum
Een chronische ontsteking kan ervoor zorgen dat botten minder stevig worden doordat ontstekingsstoffen in de bloedsomloop terecht komen. Voldoende lichaamsbeweging kan er juist voor zorgen dat de sterkte van de botten behouden blijft. Dit blijkt uit het promotieonderzoek van Rishikesh Nandkumar Kulkarni.
Net als spieren worden botten afgebroken als iemand niet voldoende beweegt. Dit gebeurt bijvoorbeeld tijdens een periode van bedrust bij ziekte. Daarnaast bewegen Westerse mensen tegenwoordig steeds minder. Het is daarom belangrijk te weten hoe een gebrek aan beweging kan leiden tot botafbraak om zodoende botbreuken op latere leeftijd te kunnen voorkomen. Ieder bot bevat zeer veel botcellen die mechanische signalen kunnen voelen die ontstaan bij lichamelijke activiteit en hierop reageren met de afgifte van signaalmoleculen. Kauwen veroorzaakt mechanische stimulatie van het kaakbot.
Kulkarni kweekte botcellen en stelde ze bloot aan een mechanische stimulus die lichamelijke activiteit van een mens simuleert. Hij ontdekte dat het molecuul MT1-MMP botcellen helpt om beweging te voelen. Voor een goede stevigheid van bot is het belangrijk dat dit molecuul goed functioneert. Hij toonde verder aan dat in afwezigheid van een mechanische stimulus, de osteocyten signaalmoleculen produceren die de vorming van botafbrekende cellen stimuleren. Maar het omgekeerde bleek ook waar: wanneer er wèl een mechanische stimulus is produceren botcellen andere signaalmoleculen die de vorming van botafbrekende cellen mogelijk kunnen remmen.
Ook bij chronische ontstekingen zoals reuma worden de botten afgebroken. Voor een deel komt dit doordat mensen met chronische ontstekingen minder bewegen, maar ook doordat door de ontsteking er ontstekingsstoffen in de bloedbaan terecht komen. Die stoffen spelen mogelijk een rol bij de afbraak van bot. Kulkarni ontdekte dat de stof IL-1β de botcellen aanzet tot het produceren van signaalmoleculen die de vorming van botafbrekende cellen stimuleert. Mechanische stimulatie van de botcellen doet dit effect van IL-1β echter weer teniet. De stof IL-6 heeft geen effect op de productie van signaalmoleculen door botcellen die de botafbraak bevorderen.
Meer informatie over het proefschrift in VU-DARE
Bron: vu.nl
View full post on FysioForum
Bij de meest voorkomende polsbreuk is een operatie vaak onnodig. Dat ontdekte traumachirurg Steven Rhemrev tijdens zijn onderzoek in het MCH waarop hij op 25 mei aan het Leids Universitair Medisch Centrum (LUMC) promoveerde. Een botscan blijkt bovendien de beste methode om zo’n breuk vast te stellen.
De meeste breuken in de pols vinden plaats in het scafoïd, het scheepsvormig botje in de pols waar vijf handwortelbeentjes mee verbonden zijn. Steven Rhemrev wilde weten hoe zo’n breuk het best is vast te stellen, omdat er nu verschillende diagnostische methoden gebruikt worden. Bij zijn onderzoek liet de traumachirurg polsbreuken waarbij de gebroken botdelen elkaar niet meer raken buiten beschouwing. Zulke gedisloceerde fracturen zijn gemakkelijk vast te stellen met röntgenfoto’s, en het beste te behandelen met een operatie. Het opsporen van niet- of minimaal gedisloceerde fracturen, waarbij de gebroken botdelen elkaar nog wel raken, is een stuk lastiger. In het onderzoek vergelijkt de promovendus de uitkomsten van een MRI-scan, een CT-scan en een botscan, waarbij een licht radioactieve stof wordt gebruikt. Hij concludeert dat de botscan de breuk het beste aantoont.
Geen langdurige klachten
Een breuk in het scafoïd geneest moeilijk doordat er weinig ruimte is voor bloedvaten. Het polsgewricht elf weken lang – zoals gebruikelijk in Nederland – onbeweeglijk houden met gips totdat het bot weer is vastgegroeid zorgt voor langdurige klachten. Steeds meer Nederlandse klinieken behandelen de niet-gedisloceerde scafoïdfractuur daarom met een operatie. Bij 80 procent van de patiënten uit het onderzoek van Rhemrev bleek de scafoïdbreuk echter na zes weken gips al geheeld. Dit levert geen langdurige klachten op en is dus een goed alternatief voor de operatie.
Bron: LUMC
View full post on FysioForum
Groepstraining werkt net zo goed als persoonlijke revalidatie. Dat blijkt uit onderzoek van revalidatiecentum De Hoogstraat en het UMC Utrecht. De resultaten zijn online gepubliceerd in het tijdschrift British Medical Journal. “We kunnen meer patiënten tegelijk goed revalideren.”
Patiënten met een beroerte hebben tijdens hun revalidatie baat bij intensieve training door een fysiotherapeut. Maar omdat het aantal fysiotherapeuten beperkt is, kunnen niet alle patiënten de beste training krijgen.
Onderzoekers van revalidatiecentrum De Hoogstraat en het UMC Utrecht testten daarom bij 250 patiënten in negen revalidatiecentra een poliklinische groepstraining. Daarin trainen patiënten in groepen van vier tot acht twee keer per week anderhalf uur. Een fysiotherapeut en een sportinstructeur of bewegingsagoog begeleidt de groep. Officieel heet het ‘circuit class training’. Het gaat om patiënten met een mild CVA (‘cerebrovasculair accident’), die zelfstandig kunnen lopen en goed kunnen communiceren.
Loopvaardigheid
Na twaalf weken vergeleken de onderzoekers de loopvaardigheid van de patiënten met intensief, persoonlijk getrainde patiënten. De groepstraining blijkt net zo effectief te zijn als de persoonlijke training. Beide groepen patiënten kunnen even goed lopen in een looptest van zes minuten. Ook de mobiliteit zoals ze die zelf ervaren is in beide groepen gelijk. De resultaten zijn beschreven in het wetenschappelijke tijdschrift British Medical Journal van 10 mei (online).
“Dit is erg goed nieuws voor patiënten met een beroerte”, reageert hoofdonderzoeker prof.dr. Gert Kwakkel. Hij is hoogleraar neurorevalidatie en verbonden aan het UMC Utrecht en VU Medisch Centrum. “De groepstraining is goedkoper en makkelijk op te schalen. Via deze groepstrainingen kunnen we meer patiënten goede revalidatietraining aanbieden.”
Bron: UMC Utrecht
View full post on FysioForum
Borstkankervereniging Nederland betreurt dat door de berichtgeving in het AD een te negatief beeld is ontstaan over de borstkankerzorg in de Nederlandse ziekenhuizen. BVN benadrukt dat de borstkankerzorg goed georganiseerd is en dat patiënten zich daarover geen zorgen hoeven te maken.
Borstkankervereniging Nederland (BVN) heeft de Monitor Borstkankerzorg ontwikkeld om juist een impuls te geven aan verdere verbetering van borstkankerzorg, specifiek vanuit patiëntperspectief.
De Monitor Borstkankerzorg laat zien hoe de zorg in ziekenhuizen is georganiseerd. Door de feitelijke ziekenhuisinformatie te combineren met patiëntervaringen is het een uniek instrument. Patiënten kunnen door het raadplegen zien wat een ziekenhuis te bieden heeft op gebied van borstkankerzorg en hoe anderen deze zorg hebben ervaren met als doel om mensen te ondersteunen om – eventueel samen met hun huisarts – een gemotiveerde keuze te maken voor een ziekenhuis.
Door het jaarlijks aanscherpen van de criteria wil Borstkankervereniging Nederland ervoor zorgen dat ziekenhuizen hun zorg steeds beter inrichten vanuit het perspectief van de patiënt. Door het verzamelen van patiëntervaringen op landelijk niveau krijgt het ziekenhuis zelf ook inzicht in deze zorg en kan zij bekijken welke verbeteringen mogelijk zijn. Het transparant maken van zowel ziekenhuisinformatie als patiëntervaringen is een unieke informatiebron voor iedereen die te maken heeft met borstkanker, patiënt of ziekenhuis.
Voor de ziekenhuizen die geen lintje krijgen betekent dit niet dat zij geen goede borstkankerzorg leveren. De zorg die zij leveren is op onderdelen anders dan BVN graag ziet. Borstkankervereniging Nederland geeft dus geen keurmerk aan ziekenhuizen. Maandelijks wordt op basis van de beschikbare informatie opnieuw bekeken welke ziekenhuizen in aanmerking komen voor een lintje.
Bron: Borstkankervereniging Nederland
View full post on FysioForum
Een kunstheup bij een jonge patiënt? Het gebeurt inderdaad en zelfs steeds vaker. Het behalen van goede resultaten is daarbij een uitdaging, want jon View full post on Fysiotherapie : Nieuws
De Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) biedt zorgverzekeraars en vrije beroepsbeoefenaars een handreiking om tot goede contracten te komen. Het document View full post on Fysiotherapie : Nieuws