Posts Tagged ‘goede’

Oudere patiënten met een goede lichamelijke conditie herstellen sneller en beter  na een zware buik- of longoperatie. Als de conditie te wensen overlaat is het raadzaam om deze voor de operatie te verbeteren. Dat kan door het volgen van een bewegingsprogramma. Dit zijn belangrijke bevindingen in het proefschrift van fysiotherapeut en bewegingswetenschapper Jaap Dronkers. Hij promoveerde 14 mei binnen het onderzoeksprogramma Body@Work.

Dronkers onderzocht de lichamelijke conditie van oudere patiënten die een zware operatie moeten ondergaan. Hij toont aan dat er een duidelijke samenhang is tussen de conditie en de mate van herstel na de operatie. De resultaten van het onderzoek kunnen kort worden samengevat met de slogan ‘Better in, better out’: hoe beter een oudere patiënt het ziekenhuis in gaat, hoe beter hij of zij er uit komt.

Conditietest

In de Nederlandse ziekenhuizen worden steeds meer oudere patiënten geopereerd.  Dronkers beveelt aan om bij deze patiënten standaard een lichamelijke-conditietest op te nemen in de preoperatieve voorbereiding. Behandelaars kunnen de zorg voor de operatiepatiënt afstemmen op de uitslag van die conditietest, onder andere door te zorgen voor een optimale conditie op het moment dat de patiënt het ziekenhuis in komt.
Dronkers toont in zijn proefschrift aan dat oudere patiënten in de twee tot vier weken vóór de operatie zonder blessures of andere nadelige bijwerkingen een stevig trainingsprogramma kunnen volgen en zo in korte tijd hun lichamelijke conditie verbeteren. Een dergelijk preoperatief beleid vermindert het risico op complicaties, een onnodig lang ziekenhuisverblijf en langdurig of blijvend functieverlies. Dat geeft bovendien een besparing op de zorgkosten.

Meer informatie over het proefschrift in VU-DARE
Bron: vu.nl

View full post on FysioForum

foto: @frankrahusen

Lang niet iedereen met heup- of knieartrose krijgt een adequate behandeling in de jarenlange periode voordat zij in aanmerking komen voor een nieuw gewricht. Terwijl er wel degelijk mogelijkheden zijn, aldus Gijs Snijders die op 17 november promoveert in Nijmegen. Uitleg over artrose, oefentherapie en een goede pijnstilling bleken in zijn onderzoek een effectieve behandeling en bovendien goed uitvoerbaar via de huisarts.

Jarenlange klachten
Omdat een prothese niet zo lang meegaat, moeten mensen van 40 of 50 jaar vaak wel twintig jaar overbruggen voordat zij in aanmerking komen voor een gewrichtsvervanging. Snijders is reumatoloog in opleiding aan de St Maartens Kliniek in Nijmegen en ziet regelmatig patiënten in het ziekenhuis die nog geen nieuw gewricht kunnen krijgen. Hij deed onderzoek naar de klachten van deze groep en het effect van het gestructureerd toepassen van een conservatieve behandeling.

Veel patiënten krijgen nooit fysiotherapie
Een conservatieve behandeling betekent een behandeling waarbij er geen chirurgie plaatsvindt. Die behandeling bestond ten eerste uit goede uitleg over wat artrose is. Ten tweede kregen de patiënten fysiotherapie. Maar liefst een derde van hen had nooit eerder fysiotherapie gehad, terwijl dat de klachten wel degelijk verlicht. En ook werd onderzocht welke pijnstillers het beste hielpen. Tot slot gaf Snijders advies over het op peil houden van het lichaamsgewicht.

Minder verwijzen en beter behandelen
Uit zijn onderzoek bleek dat de verschillende behandelingen effectief waren bij het merendeel van de patiënten, ook wanneer zij last hebben van ernstige artrose. Bovendien zijn ze prima uitvoerbaar voor huisartsen, volgens Snijders. Momenteel loopt er een landelijk onderzoek naar de mogelijkheden huisartsen deze verschillende conservatieve behandelingen stapsgewijs te laten uitvoeren.De bedoeling is uiteindelijk dat zij alleen mensen doorverwijzen die ook echt in aanmerking komen voor een behandeling in het ziekenhuis, zoals een gewrichtsvervanging.

Bron: Reumafonds

View full post on FysioForum

Iedere Nederlander moet kunnen rekenen op goede zorg. Zorg die van hoge kwaliteit, toegankelijk én betaalbaar is. Nu, en in de toekomst. Dit is de inzet van minister Edith Schippers en staatssecretaris Marlies Veldhuijzen van Zanten (VWS) voor 2012, en de jaren daarna.

De maatschappelijke opgave is om de zorg beter en toekomstbestendig te organiseren. Zowel in de geneeskundige zorg als in de langdurige zorg moet het beleid gericht zijn op maximale aandacht en kwaliteit voor de patiënt. Zorg tegen een betaalbare premie, door een zo efficiënt mogelijke organisatie.

De Nederlandse gezondheidszorg doet het gelukkig, ook naar internationale maatstaven, goed. We leven steeds langer, en ook in betere gezondheid. Dat neemt niet weg dat een aantal problemen om een structurele oplossing vraagt.

Zo stijgen de zorgkosten de laatste jaren sneller dan de economie groeit. De zorgkosten drukken steeds zwaarder op de collectieve uitgaven. Dit komt door de vergrijzing, de toename van het aantal chronisch zieken en medisch-technologische ontwikkelingen. De vraag naar zorg neemt de komende jaren alleen maar toe. Een steeds groter deel van de belastingen en premies wordt uitgegeven aan de zorg. In 1970 was dit minder dan 10 procent, nu is dit al 19 procent. Bij niet ingrijpen kan dit oplopen tot bijna 40 procent in 2040.

Ondanks de financieel-economische crisis heeft het kabinet besloten dat er deze kabinetsperiode 15 miljard euro meer kan worden uitgegeven aan de zorg. In Nederland blijft de zorgsector beheerst groeien. Er wordt niet bezuinigd en overschrijdingen worden teruggehaald in de sector waar meer geld dan afgesproken is uitgegeven.

De organisatie van de curatieve zorg moet klantvriendelijker, maar moet ook minder gaan kosten. Daarbij geldt: ‘dichtbij wat kan en verder weg waar nodig’. Patiënten zijn voor eenvoudige handelingen beter af en goedkoper uit in de eerste lijn.

Ziekenhuizen leggen zich toe op complexe zorg. Door zich te specialiseren gaat de kwaliteit van de behandeling omhoog. Doordat niet meer alle ziekenhuizen zich hoeven toe te leggen op alle behandelingen hoeven ze niet allemaal dezelfde investeringen te doen in dure gespecialiseerde apparatuur. Om uitgaven te beheersen en kwaliteit en doelmatigheid te verbeteren, voert het kabinet voor de ziekenhuiszorg belonen naar prestatie in en breiden we de vrije prijsvorming uit naar zeventig procent van de behandelingen.

Zorgverzekeraars moeten selectiever inkopen. Als stimulans daarbij geldt dat ze meer risico gaan dragen en dat de compensaties achteraf geleidelijk verdwijnen. Met zorgverzekeraars en ziekenhuizen zijn afspraken gemaakt om de kosten te beheersen. De ambitie is om de structurele uitgavengroei in de ziekenhuiszorg in de periode 2012 tot 2015 te beperken tot 2,5 procent per jaar.

We moeten slimmer gebruik maken van nieuwe (technologische) ontwikkelingen, zoals e-health. We stimuleren zelfzorg maximaal en we zetten arbeidsbesparende alternatieven in. Van belang is dat innovaties niet bovenop, maar in plaats van bestaande methodes en behandelingen komen. Zo gaat een kwaliteitsverbetering – betere resultaten, meer regie en zelfredzaamheid – hand in hand met kostenbesparing.

In de langdurige zorg zal de zorgbehoefte van de cliënt, meer dan nu het geval is, centraal komen te staan. Cliënten krijgen de zorg die zij nodig hebben. In een instelling als de zorgbehoefte daarom vraagt, thuis als dat kan.

Het perspectief is een Algemene wet bijzondere ziektekosten (AWBZ) van hoge kwaliteit voor de mensen met een langdurige vraag naar zorg. Cliënten in instellingen krijgen via de Beginselenwet zorginstellingen een sterkere positie. Onderdelen van de AWBZ worden gedecentraliseerd naar de gemeente. Hierdoor kan de ondersteuning meer op maat worden geboden, dichter bij de cliënt en beter afgestemd op lokale mogelijkheden. De zorgkantoren worden opgeheven en de uitvoering van de AWBZ wordt in handen gelegd van de zorgverzekeraars, waarmee de cliënt over meer keuzevrijheid beschikt. Op deze manier is ook de aansluiting tussen de langdurige zorg en de geneeskundige zorg beter gewaarborgd. Regelgeving wordt waar mogelijk vereenvoudigd of afgeschaft. Het gebruik van het persoonsgebonden budget (pgb) wordt beperkt, maar wel wettelijk verankerd.

De kwaliteit en betaalbaarheid van zorg – ook in de toekomst – hangen voor een groot deel af van het functioneren van de arbeidsmarkt. Het is van belang dat er voldoende en goed opgeleid personeel beschikbaar is en dat zorgverleners op de juiste plek worden ingezet. De beschikbaarheid van zorgverleners staat onder druk, onder meer als gevolg van de vergrijzing en ontgroening van de samenleving. Daarom trekt dit kabinet jaarlijks 852 miljoen euro extra uit om de kwaliteit van zorg te verbeteren. Met dit bedrag kunnen zittende medewerkers scholing krijgen en zorgen in 2014 twaalfduizend extra verzorgenden dagelijks voor ouderen, gehandicapten en chronisch psychiatrische patiënten.

Het kabinet wil de zorg voor jeugd beter laten aansluiten op de eigen kracht van jongeren en hun ouders. Zoals overeengekomen in het Regeerakkoord wordt het jeugdstelsel ingrijpend gewijzigd. Door de verantwoordelijkheid te decentraliseren naar gemeenten wordt het stelsel laagdrempeliger en efficiënter.

Een greep uit de andere voornemens van VWS voor  2012 (en verder):

  • Het is de bedoeling met de GGZ-sector afspraken te maken om deze sector toekomstbestendig te maken. In een brede  beleidsagenda moeten naast prestatiebekostiging, kostenbeheersing en efficiency ook preventie, zelfmanagement en e-health, verplaatsing van behandeling van de dure tweedelijnszorg naar de goedkopere eerstelijnszorg en transparante kwaliteit worden opgenomen;
  • om de kwaliteit en veiligheid van de zorg te verbeteren, worden er veiligheidsprogramma’s ingevoerd voor ziekenhuizen, eerstelijnsorganisaties en ggz-instellingen. Voor het veiligheidsmanagementsysteem wordt in 2012 bijna 3,5 miljoen euro uitgetrokken;
  • er komt een kwaliteitsinstituut met als doel om de kwaliteit van zorg inzichtelijker te maken voor burgers, professionals, zorgverzekeraars en Inspectie. Er komen professionele standaarden, die vanuit het perspectief van de patiënt beschrijven hoe een zorgproces eruit hoort te zien. Van preventie tot nazorg.
  • de Inspectie voor de Gezondheidszorg krijgt een grotere rol bij het toezicht houden en ontvangt jaarlijks 10 miljoen euro extra, onder andere in verband met intensievere toezicht op de ouderenzorg;
  • de mogelijkheid op privaat kapitaal aan te trekken in de curatieve zorg wordt vergemakkelijkt. Het voornemen is om in 2013 winstuitkering in de zorg toe te staan;
  • het kabinet houdt scherper toezicht op voorgenomen fusies in de zorg. Sommige fusies in de zorg hebben de afgelopen jaren geleid tot instellingen die groter zijn dan optimaal is;
  • de positie van verzekeraar en zorgaanbieder moet gescheiden blijven. Het kabinet bereidt een wetsvoorstel voor om tegen te gaan dat ziektekostenverzekeraars zorginstellingen kunnen overnemen;
  • in 2012 is tien miljoen euro extra uitgetrokken om ouderenmishandeling tegen te gaan;
  • nieuwe beroepsbeoefenaren (verpleegkundig specialisten, physician assistants) nemen eenvoudige en routinematige taken over van huisarts of specialist. Met het ministerie van OCW wordt onderzocht hoe er meer artsen en verpleegkundigen kunnen worden opgeleid;
  • het kabinet wil bureaucratie en regeldruk in de zorg terugdringen. De indicatiestelling voor AWBZ-zorg wordt vereenvoudigd en de regeldruk in de jeugdzorg verminderd;
  • er is veel aandacht voor preventie. Mensen bepalen zelf hoe ze leven, maar de overheid maakt gezonde keuzes makkelijker;
  • er komt meer geld en gelegenheid voor veilig sporten en bewegen in de buurt;
  • de komende jaren is er meer geld beschikbaar vanuit kansspelen voor sport. Geweld en intimidatie in de sport wordt zwaarder bestraft.

Bron: MinVWS

View full post on FysioForum

Ik ben de auto nog niet uit of een man komt op me afgesneld. “Wat een mooie vrouw! Bent u verpleegster?” Een beetje verbouwereerd antwoord ik dat ik stage kom lopen bij fysiotherapie en vraag de man of hij ook wel eens naar fysiotherapie gaat. Hij antwoord dat dit niet het geval is en kijkt [...] View full post on FysioWeblog