Posts Tagged ‘Meer’

RSI, ook bekend onder de naam ‘klachten armen, nek en schouder’ (KANS), is een moeilijk te behandelen aandoening. Hoe RSI ontstaat is grotendeels nog onbekend. Jaap Brunnekreef deed daarom onderzoek naar het ontstaansmechanisme van RSI. Hij toont aan dat de spierdoorbloeding, zuurstofopname en vaatfunctie in de aangedane arm van patiënten met RSI sterk verminderd is.

Opvallend is dat deze verstoringen ook aanwezig zijn in de arm zonder klachten. Verder blijkt dat de spierkarakteristieken van patiënten met RSI-klachten anders zijn dan van gezonde vrijwilligers. Zo kenmerkt het spierweefsel van RSI-patiënten zich door een snellere vermoeidheid.

Dit promotieonderzoek geeft inzicht in het ontstaansmechanisme van RSI. Een belangrijke conclusie is dat een behandeling van RSI breder van opzet moet zijn dan het lokaal behandelen van de klachten.

Bron: ru.nl

View full post on FysioForum

Mensen die zijn behandeld voor kanker gaan vaker naar de huisarts voor alledaagse klachten zoals rugpijn, buikpijn of infecties dan de algemene bevolking. Het aantal contacten vanwege chronische ziekten en psychosociale problemen is slechts licht hoger, zo blijkt uit een publicatie van onderzoekers van het NIVEL in het wetenschappelijke tijdschrift European Journal of Cancer.

Nu het aantal mensen dat kanker overleeft stijgt, zullen meer mensen op de langere termijn mogelijke gevolgen ondervinden van de behandeling. Pijn, vermoeidheid en concentratie- of geheugenproblemen die tijdens de behandeling ontstaan, kunnen tot meer dan vijf jaar daarna aanhouden. In landen met een sterke eerstelijnszorg, zoals Nederland en Engeland, kloppen deze patiënten hiervoor in eerste instantie aan bij hun huisarts. Deze patiënten blijken vaker naar de huisarts te gaan voor rugpijn, buikpijn of infecties dan de algemene bevolking. Dit is mogelijk te wijten aan de behandeling voor kanker, toegenomen bezorgdheid of beide. Het aantal contacten met de huisarts vanwege chronische ziekten of psychosociale problemen is slechts licht hoger.

Alert

“We hadden verwacht dat mensen die zijn behandeld voor kanker, vaker de huisarts zouden bezoeken met psychosociale problemen of angst voor terugkeer van de kanker”, stelt NIVEL-programmaleider Joke Korevaar. “Maar dit blijkt nauwelijks een reden om de huisarts frequenter te bezoeken. Deze patiënten komen echter wél vaker bij de huisarts vanwege alledaagse klachten. Het is heel goed mogelijk dat dit toch komt door de behandeling voor kanker. En ook de ongerustheid dat deze klachten wijzen op een terugkeer van kanker kan een rol spelen. De richtlijnen voor nazorg voor kankerpatiënten zouden meer moeten benadrukken dat huisartsen alert zijn op latere effecten van kanker en de behandeling ervan, zelfs jaren nadat deze is afgerond.”

Bron: nivel

View full post on FysioForum

In de afgelopen dertig jaar is het aandeel mensen met overgewicht in Nederland toegenomen, zowel bij volwassenen als bij 4- tot 20 jarigen. De toename is vooral groot bij volwassenen; het aandeel met ernstig overgewicht is zelfs meer dan verdubbeld. Bij mannen van 40 jaar of ouder heeft inmiddels meer dan de helft overgewicht.

Vier op de tien te zwaar

In 2009/2011 hebben zo’n 6,5 miljoen mensen in ons land matig of ernstig overgewicht. Dat komt neer op een aandeel van 41 procent. Dat is veel meer dan begin jaren tachtig, toen 27 procent te zwaar was. Tien procent (ongeveer 1,5 miljoen) kampte in 2009/2011 met ernstig overgewicht. Het aandeel mensen met ondergewicht is altijd klein geweest en ligt nu op ruim 2 procent.

Lees verder via CBS

View full post on FysioForum

Patiënten met overgewicht die last hebben van slijtage van het heupgewricht (artrose) zijn gebaat bij behandeling die is gericht op beweging en afvallen. Ondanks dat internationale richtlijnen dit aanbevelen, krijgt slechts 10% van de patiënten deze behandeling voorgeschreven door de huisarts. UMCG-onderzoeker Nienke Paans heeft laten zien dat een gecombineerd beweeg- en afvalprogramma vóór de heupoperatie het lichamelijk functioneren van artrosepatiënten met overgewicht verbetert en pijnklachten vermindert. Paans pleit ook voor meer aandacht voor bewegen en afvallen nadat een heupprothese is geplaatst. Op 20 juni promoveert zij op de resultaten van haar onderzoek aan de Rijksuniversiteit Groningen.

Patiënten met slijtage van het heupgewricht (artrose) zijn gemiddeld 7 jaar onder behandeling van hun huisarts voordat zij operatief een kunstheup krijgen. Paans stelde dit vast met behulp van de gegevens van 30.000 patiënten uit een medisch registratie netwerk van huisartsen over een periode van 10 jaar, van 1998-2008.
Vicieuze cirkel

Patiënten die last hebben van heupartrose lopen het risico in een vicieuze cirkel terecht te komen. “Als het lopen pijn doet vanwege de artrose, gaan mensen beweging vermijden en blijven ze in de stoel zitten. Dan bestaat de kans dat hun gewicht toeneemt. Door dit gebrek aan bewegen, met daarbij de extra belasting van het gewicht op het heupgewricht, zullen de klachten toenemen,” licht Paans toe.

Bewegen en afvallen

Bij artrosepatiënten met overgewicht onderzocht Paans de effecten van een programma voor bewegen en afvallen voordat zij een kunstheup krijgen. Deelname aan het programma resulteerde in een verbetering van het zelfgerapporteerde lichamelijk functioneren. Daarnaast werd een verbetering gezien in het loopvermogen. Ook vielen de patiënten af. Ten opzichte van de start van het programma waren de deelnemers na 8 maanden gemiddeld 5,6 kg lichter en was hun lichaamsvet met 3,3% afgenomen. “Het gecombineerde programma voor bewegen en afvallen betekent dat je patiënten met heupartrose meer te bieden hebt dan alleen pijnbestrijding,” legt Paans uit. “Bovendien kan het leiden tot uitstel van de heupoperatie, wat gunstig is omdat een kunstheup maar 10-15 jaar meegaat.”

Na de operatie

Artsen en andere behandelaars veronderstellen dat patiënten met overgewicht na plaatsing van de heupprothese weer gaan bewegen, omdat dit weer mogelijk is. Daardoor zouden ze weer kunnen afvallen. Paans stelde vast dat dit niet het geval is. “Het is belangrijk dat patiënten gaan bewegen en afvallen, omdat overgewicht het succes van de operatie beïnvloedt. Teveel lichaamsgewicht kan leiden tot vroegtijdige loslating van de prothese en dat is niet wat je wilt,” vertelt Paans.

Richtlijn

Paans concludeert dat Nederlandse huisartsen beter ondersteund zouden moeten worden in hun medisch beleid bij heupartrose in de periode voorafgaand aan het plaatsen van een kunstheup. De ontwikkeling van een richtlijn voor huisartsen is daartoe belangrijk. Bewegen en afvallen voor en na de operatie zouden daarin een belangrijke plaats moeten krijgen, aldus Paans.

Bron: UMC Groningen

View full post on FysioForum

Zorgverzekeraars hebben vorig jaar weer meer opgespoord aan fraude en onterechte declaraties dan in 2010. De teller bleef in 2011 steken op 175 miljoen euro. Bovendien werd nog eens 800 miljoen euro aan vergoedingen afgewezen. Een woordvoerster van Zorgverzekeraars Nederland bevestigde woensdag een bericht hierover in De Telegraaf.

Zorgverzekeraars jagen al langer op gesjoemel met declaraties. Aan onterecht ingediende nota’s werd vorig jaar 167 miljoen euro boven tafel gehaald. In 2010 ging het om 106 miljoen. Aan fraude werd in 2011 een bedrag van 7,7 miljoen opgespoord. Dat was 25 procent meer dan in 2010.

Bron: FysioVergoedingen

View full post on FysioForum

Een op de vier Nederlanders paste het afgelopen zorgseizoen de zorgverzekering aan. In veruit de meeste gevallen ging het om een aanpassing van de polis bij de huidige verzekeraar. Consumenten hebben nog nadrukkelijker dan voorheen gekeken naar de dekking van de verzekering, in verhouding tot de premie. Dit blijkt uit de KlantenMonitor Zorgverzekeringen 2012 van onderzoeksbureau MarketResponse en Jan M. de Mos Consultancy. De switchcijfers van dit jaar bevestigen dit beeld.

Hoewel de reputatie van de zorgmarkt verder onder druk is komen te staan, blijkt uit het onderzoek dat de dienstverlening van zorgverzekeraars over het algemeen goed beoordeeld wordt. Onvrede over de dienstverlening speelt slechts een beperkte rol in de beslissing om te switchen van zorgverzekeraar. Positieve ervaringen met de dienstverlening dragen echter wel duidelijk bij aan het enthousiasme van klanten over hun eigen zorgverzekeraar.

Consument zoekt naar passende verzekering

Klanten van zorgverzekeraars hebben aanzienlijk vaker dan in 2011 de verzekering aangepast. Hierbij gaat het om wijzigingen in de aanvullende verzekeringen en het aanvullende eigen risico. Zowel in de vorm van uitbreidingen als in de vorm van beperkingen. Consumenten zijn bewuster bezig met het benutten van de mogelijkheden om de eigen zorgkosten te beperken. Het gaat dan niet alleen om de hoogte van de premie en het eigen risico, maar ook om de zorgkosten waar men mee te maken kan krijgen. Wolter Kloosterboer, expert verzekeringen bij MarketResponse: “We zien een duidelijke trend dat consumenten ‘waar voor hun geld’ willen zien en alleen willen betalen voor zaken die aansluiten bij de zorgbehoeften die ze zelf hebben”. FBTO is een voorbeeld van een zorgverzekeraar die hier succesvol op in weet te spelen met aanvullende modules die elke maand aan- en uitgezet kunnen worden. FBTO heeft dan ook de meeste nieuwe klanten weten binnen te halen dit jaar.

Steeds vaker zorgverzekeringen vergeleken

Hoewel men niet direct van plan is te wisselen van zorgverzekeraar, neemt het aantal mensen dat zich komend jaar gaat heroriënteren en zorgverzekeraars opnieuw met elkaar gaat vergelijken verder toe (van 21% in 2010, 25% in 2011 naar 27% in 2012). De reden is niet zozeer onvrede over de dienstverlening zelf, maar veel meer over premie en de verhouding tot de dekking die geboden wordt. Dienstverlening geeft minder dan in 2011 aanleiding tot onvrede.

Verzekeraars selectiever

Veel zorgverzekeraars zijn richting 2013 selectiever in het afsluiten van contracten met zorgaanbieders. Voor een flink deel van de consumenten voelt dit als een belemmering van de keuzevrijheid. Een argument dat ook meespeelt in de zoektocht naar tegenwaarde voor de betaalde zorgpremie. “Zorgverzekeraars slagen er nog onvoldoende in om aan consumenten uit te leggen dat selectie in het belang is van de patiënt. En zolang de consument het ervaart als een beperking is het een (extra) minnetje in de kosten-batenafweging”, stelt Wolter Kloosterboer.

Nederlander geeft zorgverzekeraar een 7,6

Ondanks de toenemende druk op de reputatie van de zorgmarkt, blijft de Nederlander over het algemeen tevreden over zijn zorgverzekeraar. Gemiddeld beoordelen ze de kwaliteit van dienstverlening met een 7,6, vergelijkbaar met het oordeel van de afgelopen jaren. De verschillen tussen de labels zijn klein als het gaat om de dienstverlening. Net als voorgaande jaren, valt ook dit jaar weer op dat met name de kleinere zorgverzekeraars het best beoordeeld worden op dienstverlening.

Klantenmonitor Zorgverzekeringen is een jaarlijks terugkerend onderzoek onder de verzekerden van de zorgverzekeraars in Nederland. In het onderzoek van 2012 werd de performance van 22 labels van zorgverzekeringsmaatschappijen onderzocht. Aan het onderzoek, dat in februari en maart 2012 werd uitgevoerd, is door ruim 9.400 huishoudens deelgenomen.

Bron: FysioVergoedingen

View full post on FysioForum

Vijftigplussers met een verstandelijke beperking zijn eerder “oud” dan hun leeftijdsgenoten uit de algemene bevolking. Hun kwetsbaarheid komt overeen met gezonde personen van ruwweg vijftien jaar ouder. Om die kwetsbaarheid te verkleinen moet er meer aandacht komen voor een gezonde leefstijl. De fitheid kan en moet worden verbeterd en kan de chronische gezondheidsproblemen in deze groep deels voorkomen. Dit blijkt uit de GOUD-studie (Gezond Ouder met een verstandelijke beperking), die wordt uitgevoerd door Erasmus MC in samenwerking met drie grote zorgaanbieders. In de komende editie van Monitor, het magazine van Erasmus MC, wordt de GOUD-studie uitvoerig belicht.

In de GOUD-studie werkt het Erasmus MC samen met drie zorgorganisaties voor mensen met een verstandelijke beperking: Ipse de Bruggen (Zwammerdam), Abrona (Huis ter Heide) en Amarant (Tilburg). Die zorgaanbieders ervaren dat de gemiddelde levensverwachting van hun bewoners stijgt en zij willen dat graag koppelen aan een betere en langere gezondheid. Zowel voor het welzijn van de mensen zelf, als voor zorgzwaarte en de kosten van zorg is dit van belang.

In samenwerking met prof.dr. Heleen Evenhuis, hoogleraar Geneeskunde voor verstandelijk gehandicapten bij de afdeling Huisartsgeneeskunde van het Erasmus MC, is onderzocht welke verbeteringen mogelijk zijn. In de studie zijn 1050 cliënten van 50 jaar en ouder onderzocht. Zij hebben onder andere lichamelijk onderzoek ondergaan, een fitheidsonderzoek, kregen stappentellers en dagritmemeters mee en zijn gescreend op depressie en angst. Het merendeel van de onderzochte cliënten blijkt een zeer lage lichamelijke activiteit en fitheid te vertonen. Dat kan leiden tot obesitas, depressie, een verhoogd risico op hart- en vaatziekten, verlies van spiermassa en spierkracht, en als gevolg daarvan afnemende mobiliteit. Verder stapelen chronische gezondheidsproblemen zich op.

Evenhuis: “Uit de analyses blijkt, dat kwetsbaarheid in de populatie met verstandelijke beperkingen al in de leeftijdsgroep 50-64 jaar even vaak voorkomt als in de algemene 65+ populatie. Boven de 65 jaar neemt dat nog fors toe. Mogelijk vormt dit een verklaring voor het idee van ‘eerder oud’.” Er is vaak sprake van relatief vroege achteruitgang van interesses, mobiliteit of zelfstandigheid. De helft van de 50-plussers met verstandelijke beperkingen woont op locaties waar zorg geboden wordt op het niveau van een verzorgings- of verpleeghuis. In de algemene 65+ populatie is dat maar 6%.

Evenhuis: “Die kwetsbaarheid kan worden verminderd door lichamelijke activiteit te stimuleren. Echter, het gaat hier om verandering van leefstijl, en wel door een groep die daarvoor niet of maar beperkt zelf verantwoordelijkheid kan dragen.” Inmiddels is in het GOUD consortium een beweegprogramma op de dagbesteding afgerond (3 keer per week gedurende 8 maanden), gecombineerd met 2 keer per week een educatief programma, leidend tot concrete ervaringen over hoe deze mensen in beweging te krijgen zijn. Evenhuis: “Hoewel de effect-analyses net gestart zijn, is in elk geval al duidelijk geworden dat de activiteiten door de meeste deelnemers zeer gewaardeerd werden. Ook is gebleken dat activiteitenbegeleiders blijvend professioneel gecoacht moeten worden, wil de interventie doelmatig zijn.” Zowel het educatief programma als het beweegprogramma worden in samenwerking met Vilans geschikt gemaakt voor brede verspreiding.

Bron: Erasmus MC

View full post on FysioForum

Onderzoekers van het Leids Universitair Medisch Centrum (LUMC) zijn op zoek naar driehonderd mensen tussen de zestig en zeventig jaar die meer willen gaan bewegen. Zij kunnen deelnemen aan een onderzoek waarbij ze gedurende drie maanden gratis een bewegingsmonitor, een persoonlijk beweegprogramma via internet en een persoonlijke coach tot hun beschikking krijgen. De ouderen kunnen zo precies bijhouden hoeveel ze bewegen, én proberen daar verbetering in aan te brengen. Het gaat in dit onderzoek niet om fanatiek sporten maar om een blokje om, de trap nemen in plaats van de lift, enzovoorts. De onderzoekers willen vaststellen of het gebruik van moderne technologie kan bijdragen aan een meer actieve leefstijl bij ouderen, en of dat ook gepaard gaat met een gezondere suikerhuishouding.

Broekzak
De deelnemers dragen een klein apparaatje bij zich, bijvoorbeeld in hun broekzak, dat precies bijhoudt hoeveel ze bewegen. Deze bewegingsmonitor kunnen ze aansluiten op de pc, waarna in beeld komt hoeveel ze van minuut tot minuut bewogen hebben. De deelnemers maken een plan om meer fysieke activiteit in hun leven te krijgen. Daarbij worden ze ondersteund door het computerprogramma, maar ook door e-mails van een coach. Om een beeld te krijgen van de stofwisseling, zal tweemaal gedurende vier dagen het bloedsuikergehalte gemeten worden. Dat is mogelijk dankzij een kleine sensor onder de buikhuid die in de thuissituatie gedragen kan worden, ook tijdens bijvoorbeeld het sporten of douchen.

Ziekten
Veel mensen maken tussen hun zestigste en zeventigste kennis met de ouderdom: ze stoppen met werken en krijgen de eerste lichamelijke klachten. Beweging kan de lichamelijke achteruitgang beperken. Het is aangetoond dat beweging de stofwisseling gunstig beïnvloedt, de vaten gezond houdt en tot minder overgewicht leidt. Zo kunnen ziekten als diabetes, hart- en vaatziekten en geestelijke achteruitgang voorkomen of geremd worden. Dankzij de 24-uurs bloedsuikermeter kunnen de onderzoekers bij deze studie voor het eerst bij mensen in hun eigen thuissituatie bestuderen wat het effect is van een digitaal beweegprogramma.

Pc-vaardig
Deelnemers moeten tussen de zestig en zeventig jaar zijn, weinig dagelijkse lichaamsbeweging hebben en daar graag verandering in willen brengen. Daarnaast moeten ze bekend zijn met computer- en internetgebruik en beschikken over een computer met internettoegang. Mensen die vanwege lichamelijke beperkingen niet voldoende mobiel zijn – bijvoorbeeld mensen in een rolstoel – kunnen helaas niet deelnemen.

Voor meer informatie kunt u terecht op www.agostudie.nl. Daar kunt u zich ook aanmelden voor het onderzoek. Het LUMC werkt voor dit onderzoek samen met het VUmc en met Philips, die het computerbeweegprogramma met persoonlijke coach en de bewegingsmonitor levert (zie www.directlife.philips.com/nl).

View full post on FysioForum

Ongeveer 10-15% van de jongeren heeft last van onverklaarde lichamelijke klachten die van grote invloed kunnen zijn op hun leven. Onderzoekster Karin Janssens van het Universitair Medisch Centrum Groningen heeft in kaart gebracht waar deze klachten mee samenhangen. In haar onderzoek laat Janssens zien dat onverklaarde lichamelijke klachten onder jongeren het resultaat zijn van zowel biologische processen (lichamelijke stressreactie, puberteitsontwikkeling), psychologische risicofactoren (angst, depressie en stressbeleving tijdens een stresstest) en sociale risicofactoren (overlijden of scheiding ouders, overbeschermende ouders, schoolverzuim). Janssens maakte gebruik van gegevens van 2230 jongeren uit het langdurige TRAILS-onderzoek. Op 5 oktober promoveert Janssens op de resultaten van haar onderzoek aan de Rijksuniversiteit Groningen.

Biologische processen hangen af van het type klacht
Aangezien onbegrepen lichamelijke klachten vaak samenhangen met stress, onderzocht Janssens ook de invloed van het stresshormoon cortisol. Jongeren met een laag cortisolgehalte tijdens het wakker worden hadden meer last van vermoeidheid, duizeligheid en spierpijn. Jongeren met een laag cortisolgehalte tijdens stress hadden meer last van hoofdpijn en buikklachten. Ook de activiteit van het autonome zenuwstelsel hing verschillend met de klachten samen. Jongeren die in rust een hoge variabiliteit in hartslag hadden, rapporteerden meer vermoeidheid, duizeligheid en spierpijn, terwijl jongeren met in rust een hoge hartslag juist meer hoofdpijn en buikpijn meldden. Verder bleken vermoeidheid, duizeligheid en spierpijn toe te nemen tijdens de puberteitsontwikkeling, terwijl dit voor hoofdpijn en buikpijn niet het geval was. Voor het onderzoek naar biologische processen die een rol spelen bij onbegrepen lichamelijke klachten is het dus zinvol onderscheid te maken tussen verschillende soorten klachten.

Oorzaak en gevolg
In haar onderzoek naar psychologische factoren heeft Janssens gekeken of angst en depressie vooraf gaan aan onverklaarde lichamelijke klachten, of dat ze vooral een gevolg ervan zijn. Zij toonde aan dat angstige en depressieve jongeren een verhoogde kans hebben om onverklaarde lichamelijke klachten te ontwikkelen, maar dat de klachten op hun beurt de jongeren ook weer angstiger en depressiever kunnen maken. De rol van ouders werd duidelijk in een studie naar overbeschermende ouders. Jongeren die bij de eerste meting aangaven dat ze hun ouders overbeschermend vonden, bleken bij de volgende meting meer klachten te hebben.

Schoolverzuim en pesten
Leerlingen die veel van school wegbleven hadden bij een vervolgmeting meer last van onverklaarde lichamelijke klachten, dan leerlingen die niet veel van school wegbleven. Dit effect werd niet gevonden voor jongeren die werden gepest. Het wegblijven van school heeft vermoedelijk over het algemeen een ongunstig effect op het beloop van de klachten doordat jongeren thuis meer op hun klachten gericht raken. Jongeren die gepest worden, ervaren thuis waarschijnlijk minder stress dan op school. Voor hen heeft thuis blijven van school dus vermoedelijk zowel een gunstig als een ongunstig effect op de klachten.

Langdurig onderzoek TRAILS
TRAILS is een onderzoek naar de lichamelijke en geestelijke ontwikkeling van kinderen op weg naar volwassenheid. Sinds 2000 worden in de drie provincies in Noord-Nederland 2230 kinderen vanaf hun 10e tot hun 25e levensjaar gevolgd. Janssens heeft gegevens uit de eerste drie metingen gebruikt, toen de jongeren gemiddeld 11 jaar, 13,5 en 16 jaar oud waren.

Bron: UMCG

View full post on FysioForum

Sociale cohesie in de buurt, informele speelruimte (zoals stoepen) en verkeersveiligheid zijn drie van de vele factoren die het beweeggedrag van kinderen beïnvloeden, zo blijkt uit het onderzoek van Marie-Jeanne Aarts. Zij pleit in haar proefschrift voor een multi-sectorale aanpak bij het nemen van ‘beweegvriendelijke’ beleidsmaatregelen door gemeenten.

Het kabinet wil kinderen meer laten sporten en bewegen in de buurt. Meer bewegen is goed voor hun gezondheid en lichamelijke en sociale ontwikkeling. Aarts deed onderzoek onder 11.000 ouders en 4.000 kinderen op 42 basisscholen in vier middelgrote steden in Noord-Brabant. Ook betrok zij de ambtenaren uit deze gemeenten bij haar onderzoek.

Meerdere factoren bepalen of een kind veel beweegt of sport. Zo spelen het opleidingsniveau van de ouders en hun houding ten opzichte van bewegen een rol. Aarts toont aan dat daarnaast ook de leefomgeving van belang is. Vooral sociale kenmerken (sociale cohesie en een gevoel van veiligheid) zorgen ervoor dat kinderen buiten spelen en bewegen. Deze kenmerken lijken belangrijker dan de fysieke inrichting zoals groen in de buurt en formele speelfaciliteiten. Opvallend was verder dat meisjes minder buiten spelen dan jongens en dat zij dus extra stimulans nodig hebben.

Als gemeenten willen dat kinderen meer gaan bewegen moeten zij op verschillende terreinen maatregelen nemen. Niet alleen de sector volksgezondheid, sport en jeugd, maar ook verkeer en vervoer, ruimtelijke ordening, veiligheid en milieu kunnen bijdragen aan een beweegvriendelijke omgeving. Aarts laat zien dat een dergelijke multi-sectorale aanpak van het probleem nog in de kinderschoenen staat. Zij pleit voor grotere bewustwording en meer samenwerking onder beleidsmakers.

Bron: uvt.nl

View full post on FysioForum