Posts Tagged ‘mensen’

Lage rugpijn is een veel voorkomend gezondheidsprobleem met sociaaleconomische consequenties. De jaarlijkse kosten door rugpijn, zoals fysiotherapie, medicatie, werkverzuim en arbeidsongeschiktheid, zijn ongeveer 3,5 miljard euro. Dat is bijna 10 miljoen euro per dag. Helaas is het lastig om lage rugpijn te voorkomen en te behandelen, omdat vaak onduidelijk is wat de oorzaak is van de pijn. Uit eerdere onderzoeken blijkt dat mensen met lage rugpijn de beweging van hun romp op een andere manier controleren dan mensen zonder rugpijn. Door haar onderzoek kreeg Willigenburg inzicht in deze veranderde motorische controle bij mensen met lage rugpijn. Zij vergeleek in verschillende situaties de kwaliteit van de controle van rompbeweging tussen mensen met en zonder lage rugpijn.

Mensen met lage rugpijn blijken hun romp minder precies te bewegen dan mensen zonder rugpijn. Vooral tijdens een dynamische taak, waarbij deelnemers zo goed mogelijk een doel moesten volgen door circulaire bewegingen te maken met hun romp, maakten mensen met lage rugpijn grotere fouten. Dit kwam niet door veranderde aansturing van rompspieren maar door een ‘slechter gevoel voor beweging’ van de onderrug. Nader onderzoek moet uitwijzen of veranderde bewegingscontrole een oorzaak of een gevolg is van lage rugpijn. Afhankelijk van het antwoord op die vraag, zou het trainen van het bewegingsgevoel lage rugpijn mogelijk kunnen voorkomen of verminderen.

Meer informatie over het proefschrift in VU-DARE

Bron: vu.nl

View full post on FysioForum

Mensen met astma bewegen wel voldoende, voor mensen met COPD blijkt dat lastiger. Zij zijn ruim drie keer zo vaak inactief als de Nederlandse bevolking, 16% beweegt nog geen half uur per week.

Astma is een chronische ontsteking van de luchtwegen, die veel voorkomt. In Nederland heeft ongeveer een half miljoen mensen astma. Kenmerkend voor astma zijn aanvallen van kortademigheid en acute benauwdheid. De aanvallen en perioden met klachten worden afgewisseld met klachtenvrije perioden. Chronisch obstructieve longziekte (COPD) is een verzamelnaam voor chronische bronchitis en longemfyseem. Ongeveer 320.000 mensen in Nederland hebben COPD. De luchtwegen zijn vernauwd, wat de ademhaling bemoeilijkt. De vernauwing is grotendeels onomkeerbaar en leidt permanent tot kortademigheid, hoesten en overmatige slijmproductie. Verantwoord bewegen kan heilzaam zijn bij deze chronische ziekten. Met subsidie van het Astma Fonds onderzocht het NIVEL (Nederlands instituut voor onderzoek van de gezondheidszorg) het beweeggedrag van mensen met astma en COPD.

Gezond bewegen

De Nederlandse Norm Gezond Bewegen (NNGB) stelt dat tenminste 5 dagen per week 30 minuten matig intensief bewegen – bijvoorbeeld stevig wandelen of fietsen – belangrijk is voor de gezondheid. Zeventig procent van de mensen met astma voldoet aan deze norm en slechts 4% is inactief, wat wil zeggen dat zij op geen enkele dag een halfuur bewegen. Zij wijken hiermee niet af van de Nederlandse bevolking. Bij mensen met COPD ligt dit anders. Van hen is 16% inactief. Gebrek aan energie vormt voor hen de belangrijkste belemmering om meer te bewegen. NIVEL-onderzoeker Monique Heijmans. “Juist binnen de groep inactieven is gezondheidswinst te halen omdat iedere vorm van bewegen – hoe beperkt ook – kan bijdragen aan een betere gezondheid.”

Advies op maat

Mensen met COPD die inactief zijn, zien het belang van bewegen wel degelijk in en willen ook meer bewegen – 44% heeft behoefte aan extra hulp of ondersteuning om meer te bewegen. Ze krijgen wel adviezen van zorgverleners, maar ze weten toch niet goed wat ze moeten doen. Heijmans: “Kennelijk bieden de adviezen te weinig handvatten. Het advies moet meer op maat. Als een advies meer is toegesneden op de wensen en behoeften van de individuele patiënt kan het wellicht wel tot een gedragsverandering leiden.

Onderzoek

Voor het onderzoek zijn gegevens gebruikt van 405 mensen met astma en 345 mensen met COPD uit de ‘Monitor Zorg- en leefsituatie van mensen met astma en COPD’. Tevens is gebruikgemaakt van gegevens van het Nationaal Panel Chronisch zieken en Gehandicapten (NPCG) van het NIVEL.

Download de factsheet in PDF
Bron: Nivel

View full post on FysioForum

Volgens nieuwe ramingen telt Nederland in 2025 1,4 miljoen mensen met gediagnosticeerde diabetes. Dat is een verdubbeling ten opzichte van het officiële huidige aantal van 740.000. De cijfers staan in het boek Diagnose Diabetes 2025, dat vandaag wordt gepresenteerd tijdens het congres Nationale Diabetes Dag.

De nieuwe, actuele ramingen zijn gebaseerd op berekeningen van een speciaal voor het boek geformeerde ‘Diabetes Rekenkamer’, bestaande uit de Nederlandse Diabetes Federatie (NDF), RIVM, TNO en enkele zorgverzekeraars. Van de 1,4 miljoen mensen met diabetes heeft 90 procent diabetes type 2. 73 procent heeft behalve diabetes ook nog minstens één aan diabetes gerelateerde aandoening, zoals hart- en vaatziekten of nierfalen. De direct aan diabetes gerelateerde zorgkosten stijgen tussen 2010 en 2025 van 2,5 miljard naar 4,3 miljard euro per jaar.

Diagnose Diabetes 2025 gaat over de toekomst van de diabeteszorg en –preventie in Nederland. Het boek is een initiatief van de NDF, in samenwerking met Rabobank en BeBright.Tientallen partijen uit de zorg en andere sectoren, als ook werkgevers- en werknemersorganisaties, waren middels workshops bij het schrijfproces betrokken. Volgens mede-auteur en NDF directeur Inge de Weerdt staat die unieke aanpak voor een nieuwe, maatschappelijke manier van denken over ziekte en zorg.

De Weerdt: “Vraag mensen in het land wat ze echt belangrijk vinden en iedereen zet gezondheid op 1. De verantwoordelijkheid daarvoor kun je niet alleen bij het individu zelf leggen. Het helpt ook niet om met z’n allen naar Den Haag te kijken; dat is oud denken. Laten we vooral naar onszelf kijken en naar elkaar en gezamenlijk de verantwoordelijkheid nemen om gezondheid in alle sectoren, in beleid en bestuur op 1 te zetten. Het is de enige manier om deze maatschappij ontwrichtende trends te doorbreken. Met Diagnose Diabetes 2025 willen we aan die strategische ontwikkeling een impuls geven, met alle belangrijke partners die we daarvoor al verzameld hebben.”

Diagnose Diabetes 2025 is gebaseerd op het succesvolle format van Diagnose 2025 dat Rabobank en BeBright eerder publiceerden. In het boek worden zeventien toekomstbepalende trends geïdentificeerd en onderzocht en drie toekomstscenario’s uitgewerkt. In het laatste hoofdstuk, Behandelplan, wordt een reeks robuuste beleidsopties voor innovatie en verandering geformuleerd. Volgens De Weerdt kijkt Diagnose Diabetes 2025 de toekomst recht in de ogen.

“Als je kijkt naar de epidemie van chronische ziekten die op ons afkomt en tegelijk weet dat we te maken krijgen met een krapper wordende arbeidsmarkt, dan is dat een rampzalige combinatie. Kiezen we dan voor verschraling en tweedeling in de zorg, zoals het Breukscenario in het boek laat zien? De NDF en haar partners kiezen voor een vitaal Nederland. Maar dat kan niet alleen een opgave zijn voor de zorgsector. Oplossingen moeten ook en vooral buiten de zorgsector gezocht worden. ‘Gezond op 1’ betekent meer aandacht voor preventie en alle hens aan dek.”

Bron: diabetesfederatie.nl

View full post on FysioForum

Een meerderheid van de respondenten van het Meldpunt Fysio-therapie (82%) verwacht dit jaar de eigen kosten voor fysiotherapie niet te kunnen betalen. Dat blijkt uit een analyse van het Reumafonds in samenwerking met onderzoeksbureau Motivaction. Daarnaast worden mensen met reuma door zorgverzekeraars geweigerd voor een aanvullende verzekering.

Het Reumafonds startte in januari een onderzoek omdat mensen met reuma per 1 januari geen fysiotherapie meer vergoed krijgen vanuit de basisverzekering. Van de 2,3 miljoen mensen die leven met reuma (inclusief artrose), heeft 1,1 miljoen zodanig ernstige klachten dat zij gebruik maken van fysiotherapie (TNO, 2011). In drie weken tijd hebben meer dan 2800 mensen via het Meldpunt Fysiotherapie gereageerd.

Geschrokken

“We zijn erg geschrokken van de resultaten. Voor veel mensen met reuma heeft deze maatregel enorme gevolgen voor hun persoonlijke leven”, zegt Lodewijk Ridderbos, algemeen directeur Reumafonds. “In totaal verwacht 82% van de respondenten de eigen kosten dit jaar niet te kunnen betalen, deels omdat hun beperkt aanvullende verzekering minder behandelingen vergoedt en deels omdat de premie voor onbeperkte fysiotherapie te duur is voor hen.”

Aanvullend verzekeren niet altijd mogelijk

13% van de respondenten die geen (onbeperkt) aanvullende verzekering hebben, vroegen die wel aan, maar zijn geweigerd door zorgverzekeraars. Dit staat haaks op het antwoord van minister Schippers van VWS op Kamer-vragen, waarin zij stelt dat “er voldoende keuzemogelijkheden zijn voor degenen die een aanvullende verzekering willen afsluiten. De gevallen waarin medische selectie wordt toegepast betreffen voornamelijk de tandverzekeringen en de zeer uitgebreide aanvullende verzekeringen.”
Ridderbos meent dat minister Schippers onvoldoende inzicht heeft in de werkwijze van zorgverzekeraars.

Extra druk op de gezondheidszorg

Als zij geen fysiotherapie meer volgen, verwacht 95% van de beperkt verzekerden problemen bij het dagelijks functioneren. 73% denkt meer medicijnen te moeten gebruiken en 58% is bang zich vaker ziek te moeten melden. Ridderbos: “Dat zou betekenen dat de bezuinigingsmaatregel op de lange termijn niet alleen duur uitpakt voor de samenleving, maar ook heel negatief uitpakt voor mensen met reuma.”

Acties Reumafonds

Ridderbos: “Dit is het topje van de ijsberg. Wij vinden de resultaten van het Meldpunt Fysiotherapie zo ernstig, dat we verder onderzoek gaan doen. Zo willen we onder meer precies weten hoeveel mensen met reuma in totaal gestopt zijn met fysiotherapie. Daarvoor doen we een beroep op het KNGF, de beroepsvereniging van fysiotherapeuten. Met de resultaten kunnen we naar de zorgverzekeraars en de minister stappen.” Een belangrijk onderdeel in het gesprek met de zorgverzekeraars is hun toegepaste medische selectie.

Het Meldpunt Fysiotherapie is nog steeds bereikbaar.

Bron: reumafonds.nl

View full post on FysioForum

Hoe gaan uw patiënten/cliënten om met alle veranderingen en eisen die dagelijks op hen afkomen?
Herkent u ze? Mensen die tijd denken te winnen door later naar bed te gaan, vroeger op te staan, pauzes over te slaan en minder tijd te besteden aan hun gezin en hobby’s? Die mensen die beter ‘connected’ zijn met hun iPhone en Blackberry dan met hun gezin of andere dierbaren?

De wereld verandert snel. Zo snel dat het niet altijd gemakkelijk is om alle veranderingen bij te benen. Hoe gaan de mensen in uw omgeving hiermee om? En u? Staat u weleens stil en vraagt u zich dan af hoe het nu echt met u gaat?

We praten met zijn allen over zorgkosten die stijgen (zie ook mijn vorige column).
Er zijn meerdere factoren die hierop van invloed zijn. Meer zorgvraag, meer zorgaanbod, vergrijzing. En de hedendaagse technologie zorgt ook niet voor een rem. Voor elk probleem lijkt tegenwoordig een oplossing te zijn. Dat willen we graag denken.
Eén factor die ik eruit wil lichten, is de rol van het individu. Uw patiënt/ cliënt, maar ook u en laat ik mezelf niet vergeten. Ik bedoel niet alleen onze rol als professional, maar u en ik als burger. Het gaat over onszelf. Ik ben ervan overtuigd dat een sleutel om zorgkosten te beheersen bij ons als individu ligt. De wereld om ons heen is niet direct te beïnvloeden. Ons eigen gedrag wel.

‘Je goed voelen en vitaal zijn’, dat is wat we nodig hebben willen we staande blijven in deze hectische wereld. Vitaliteit is levenskracht, energie. Het is dé basis om te presteren, gezond te blijven en ons potentieel te benutten.
We kunnen zorgkosten besparen door onze vitaliteit beter te managen. Door preventief en proactief handelen. Oplossingen worden naar mijn mening nu veelal te laat, buiten onszelf en in de medische wereld gezocht.

Dat wat gemanaged moet worden is in essentie ‘gezond gedrag’. Dit begint bij zelfkennis en zelfbewustzijn. Zelfreflectie… kijken naar je gewoontes. “Welke effecten heeft mijn gedrag op mijn gezondheid?”.
Niets nieuws! Fysiotherapeuten en andere zorgverleners en gezondheidsvoorlichters verkondigen dit al jaren. En ze boeken succes! Steeds minder Nederlanders roken en geleidelijk aan voldoen steeds meer mensen aan de Nederlandse Norm van Gezond Bewegen. Toch is er nog veel winst te behalen. Het aantal mensen met burn-out, stressklachten, depressiviteit, overgewicht en slaapstoornissen blijft stijgen.
Deze ‘grote klachten’ beginnen vaak met kleine signalen, periodes dat het even wat minder gaat, zonder dat men precies weet waardoor het komt. Deze signalen worden echter onvoldoende opgepikt. In plaats van regelmatig herstel te nemen, rent men door. De balans van inspanning en herstel raakt steeds meer verstoord. We verbruiken vaak veel meer energie dan dat we ‘bijtanken’.
Anno 2012 is er dan ook behoefte aan een interventie van ‘bewust even stil staan’. Een hulpmiddel dat inzicht geeft waarom het even niet lekker gaat. Je bewust maakt van je energiegevers en energievreters en concrete handvatten aanreikt om je energieniveau te laten stijgen. Een goed gesprek over vitaliteit. Gevolgd door een concreet plan van aanpak.

Loehr en Schwartz (The power of full engagement, 2001) hebben een model ontwikkeld dat uitgaat van vier bronnen van energie: fysieke conditie, mentale kracht, emotionele balans en zingeving.
Energiek zijn is meer dan gezond zijn. Het is in balans zijn op deze vier gebieden. Het is geen optelsom van de delen. Het is belangrijk dat het goed gaat op elk terrein. Is iemand fysiek in topconditie en ook goed in staat om zich mentaal te focussen, maar doet hij werk waaruit hij weinig tot geen betekenis haalt? Dan heeft dat op den duur een negatief effect. Hij gaat dan door zijn geringe verbondenheid met zijn werk energie lekken.

Zingeving
Zinvol bezig zijn. Haalt iemand voldoende betekenis uit zijn werk, gezin, omgeving, maatschappij? Mensen willen een zinvolle missie dienen die verbonden is met hun dieper liggende waarden. Maar doet een persoon de dingen waarvan hij zegt dat die belangrijk zijn? Komen zijn waarden en normen overeen met die van het werk?
Mentale kracht
Het vermogen om te concentreren, prioriteiten te stellen en creatief te denken. Waarop richt iemand zijn aandacht en hoe houdt hij zijn focus? Hoe gaat hij om met de constante prikkels, zoals de mobiele telefoon, mail en internet. Bepaalt iemand zelf zijn agenda? Wanneer is hij wel en niet bereikbaar? Hoe zit het met de balans tussen werk- en privéleven?
Fysieke conditie
Dit is de ‘energietank’. Slaapt, ontspant en beweegt iemand voldoende? Eet hij regelmatig en gezond? Hoe is zijn alcohol en rookgedrag? Neemt hij voldoende passieve en actieve vormen van herstel zodat hij kan bijtanken?
Emotionele balans
Het managen van emoties. Hoe gaat iemand om met positieve en negatieve prikkels? Is er een gevoel van veiligheid en vertrouwen? Hoe is de relatie en interacties met anderen? De manier waarop hij prikkels ervaart, bepaalt zijn emotie, zijn stressreactie.

Vitaliteit gaat om een voortdurend proces van laden en verbruiken van energie. Zaak is om dit op de juiste momenten en in de juiste hoeveelheden te doen. Hiervoor is inzicht en bewustzijn nodig.
Het model van de vier bronnen is praktisch en eenvoudig en kan u en uw patiënten/cliënten helpen om bewust stil te staan en te reflecteren op de eigen ‘energiehuishouding’, eigen gedrag. Op basis van de bevindingen kan een oplossing liggen in relatief eenvoudige maatregelen die consequent worden volgehouden, zoals hervatten van sportactiviteiten, beter en regelmatiger eten en de mail of mobiele telefoon uit zetten. Het kan ook zijn dat de oplossing grotere consequenties heeft zoals van baan of werkgever veranderen.
Het model biedt een breed perspectief en geeft handvatten om de menselijke energie goed te managen. Een krachtig fundament voor een gesprek over vitaliteit.

Laten we goed omgaan met de menselijke energie en elkaar inspireren regelmatig en tijdig stil te staan. Een model is voor handen. Nu nog doen!

Benieuwd hoe een vitaliteitsgesprek werkt als preventiemiddel? Kijk hier en hier voor ervaringen.

Nieuwsgierig naar mijn ideeën over hoe we mensen in beweging kunnen krijgen om beter voor zichzelf te zorgen? Lees dan mijn volgende en tevens laatste column

View full post on FysioForum

Mensen kunnen lichaamshoudingen van angst herkennen en verwerken zonder dat ze die bewust waarnemen. Dat toont de cognitief neuropsycholoog Bernard Stienen aan in het proefschrift dat hij op 1 februari verdedigde aan Tilburg University.

Psychologisch onderzoek heeft al eerder aangetoond dat mensen emoties kunnen aflezen van lichaamshoudingen van anderen. Ook is bekend dat de herkenning van zo’n lichaamshouding niet noodzakelijk verloopt via het visuele bewustzijn. Patiënten die klinisch blind zijn, pikken namelijk toch informatie op uit lichaamshoudingen.

Bernard Stienen toonde met zijn onderzoek aan dat ook bij gezonde mensen het visuele bewustzijn niet noodzakelijk een rol speelt bij de waarneming van lichaamshoudingen. Hij gebruikte daarvoor een methode waarbij hij plaatjes van bange, blije en boze lichaamshoudingen heel kort en samen met een ander niet relevant plaatje aan proefpersonen toonde, zodat ze die niet bewust konden waarnemen. Ook liet hij proefpersonen verschillende plaatjes van lichaamshoudingen en gezichtsuitdrukkingen tegelijkertijd in elk oog apart zien.

Uit de experimenten bleek dat mensen lichaamshoudingen goed kunnen herkennen en dat het hun gedrag beïnvloedt, ook als ze die houdingen niet bewust waarnemen. Bovendien zien ze angstige lichaamshoudingen beter dan blije en boze wanneer ze tegelijkertijd in elk oog apart worden aangeboden.

Door middel van een methode waarbij specifieke delen van de hersenen als het ware worden gedeactiveerd met behulp van Transcraniële Magnetische Stimulatie (TMS), onderzocht Stienen bovendien hoe specifieke hersengebieden invloed hebben op de bewustwording van lichaamstaal. Bij TMS wordt hersenactiviteit beïnvloed door een korte onschadelijke magneetpuls waardoor hersencellen automatisch gaan vuren. Uit onderzoek met deze methode bleek dat de hersenen lichaamshoudingen en gezichtsuitdrukkingen op verschillende manieren verwerken. Het lijkt erop dat een bedreigende lichaamshouding wordt verwerkt door hersengebieden die vooral betrokken zijn bij sociale communicatie.

Onze hersenen zijn dus extra gevoelig voor signalen van angst en bedreiging uit onze omgeving. De functie daarvan is dat we ons sneller kunnen oriёnteren op mogelijk gevaar. Uit Stienens onderzoek blijkt dat we daarvoor ook de taal van het lichaam van onze soortgenoten gebruiken.

Bron: uvt.nl

View full post on FysioForum

Het UMCG Centrum voor Revalidatie heeft van zorgverzekeraars en de provincie Groningen vernieuwingsgelden ontvangen voor het project Rehab-4-Life. Rehab-4-Life biedt een combinatie van coaching-aan-huis en coaching-op-afstand voor mensen met niet-aangeboren hersenletsel. In januari 2012 gaat dit zorgvernieuwende praktijkexperiment van start met kleinschalige pilots in de gemeenten Groningen en Oldambt. In het project verkennen patiënten, mantelzorgers en professionals samen hoe zij de samenwerking tot in de thuissituatie kunnen verbeteren. Het Centrum voor Revalidatie van het UMCG leidt dit project.

Niet-aangeboren hersenletsel wordt onder andere veroorzaakt door een beroerte, ongeval of tumor. In Nederland krijgen per jaar ongeveer 40.000 mensen voor het eerst een beroerte en leven een kwart miljoen mensen met de gevolgen ervan. De gevolgen grijpen zwaar in op het leven van de getroffene en zijn naasten. Het gaat om leven met blijvende lichamelijke en cognitieve beperkingen en om samenleven met iemand die zich van de ene op de andere dag anders gedraagt, denkt en communiceert. De impact daarvan is voor getroffenen en naasten groot en wordt pas in volle ernst duidelijk als de getroffene na behandeling in een ziekenhuis of revalidatiecentrum thuis het leven weer wil oppakken. Uit een eerdere studie van het UMCG Centrum voor Revalidatie blijkt de thuissituatie vaak schrijnend te zijn. Veel patiënten komen na ontslag uit het revalidatiecentrum terecht in een neerwaartse spiraal van functieverlies, langdurige nabehandelingen, arbeidsongeschiktheid, relatieproblemen, depressie en sociaal isolement.

Zorg in de thuissituatie
Mensen met hersenletsel en hun mantelzorgers hebben grote behoefte aan centralisering van de hulpverlening en betere ketensamenwerking in de thuissituatie. In Rehab-4-Life helpt een ‘centrale coach’ de patiënt het leven weer op te pakken en te herdefiniëren. De coach heeft kennis van de multiproblematiek en helpt de patiënt en zijn naasten op maat en op een praktische manier. Rehab-4-Life maakt gebruik van moderne ICT-toepassingen zoals beeldcommunicatie tussen patiënten en zorgprofessionals en informatie-uitwisseling via Internet. Zo wordt bijvoorbeeld MijnZorgnet.nl ingezet om de communicatie tussen professionals onderling en tussen patiënten en professionals te vergemakkelijken. Revalidatiebehandeling in het centrum en revalidatiezorg aan huis moeten zo naadloos in elkaar overgaan. Dit voorkomt problemen en inzet van duurdere (intramurale) zorg bij deze groep chronische patiënten.

Veranderingen
Het project Rehab-4-Life speelt in op toekomstige veranderingen in het zorglandschap: vergrijzing, meer regie voor de burger, organiseren van zorg in de buurt, minder arbeidspotentieel in de zorg, toename van mensen die hersenletsel krijgen en de stijgende zorgkosten. Een belangrijke onderzoeksvraag in dat verband is: ‘Hoe zorgen ketenpartners er gezamenlijk voor dat mensen met hersenletsel zo zelfstandig mogelijk mee kunnen blijven doen aan de maatschappij?’ De ondersteuning van de naasten is daarbij een belangrijk aandachtsgebied. Het project sluit aan bij de doelstellingen van het speerpunt van het UMCG: ‘Healthy Ageing – gezond en actief ouder worden’.

Ketenpartners
Uniek aan dit project is dat ketenpartners zoals zorgverzekeraars, de gemeenten Oldambt en Groningen, zorgaanbieders als Oosterlengte en Zorggroep Meander, patiëntenverenigingen, de RuG, het UMCG CvR en de provincie Groningen samenwerken, dwars door bestaande domeinbelangen, regels en financieringsstructuren heen. Ze slaan de handen ineen om de zorg voor deze doelgroep in de regio anders in te richten en daar proefondervindelijk van te leren. Als het concept succesvol blijkt, is het de bedoeling het in andere regio’s en voor andere doelgroepen in te zetten.

Bron: UMCG

View full post on FysioForum

Ruim 478.000 mensen hebben deelgenomen aan de sportactiviteiten van het Nationaal Actieplan Sport en Bewegen. En bijna 65.000 mensen zijn lid geworden van een sportbond of -vereniging. Het blijkt echter lastiger dan verwacht om mensen die echt inactief zijn in beweging te brengen, zo concludeert het NIVEL in de evaluatie van het sportstimuleringsproject.

Om Nederlanders op grote schaal tot een actieve leefstijl te verleiden heeft de rijksoverheid in 2007 het Nationaal Actieplan Sport en Bewegen (NASB) in het leven geroepen. Eén van de manieren om mensen te verleiden te gaan bewegen is via sport. Met subsidie van het ministerie van VWS hebben tien sportbonden van halverwege 2008 tot halverwege 2011 veertien laagdrempelige sportconcepten ontwikkeld en aan een breed publiek aangeboden. NOC*NSF bood de sportbonden advies en ondersteuning.

De resultaten
Het NIVEL (Nederlands instituut voor onderzoek van de gezondheidszorg) heeft de sportconcepten van de deelnemende bonden geëvalueerd. In totaal zijn 478.774 deelnemers aan de NASB Sportinterventies geregistreerd. Wat de sportverenigingen en -bonden uiteindelijk 64.818 nieuwe leden opleverde. Vooral sportactiviteiten die toewerken naar een groot sportevenement lijken succesvol om mensen in beweging te brengen en houden. Bijvoorbeeld Start to Run van de Atletiekunie, Fiets-Fit van de Nederlandse Toer Fiets Unie en Via Vierdaagse van de KNBLO Wandelsportorganisatie Nederland. De veertien sportconcepten zijn op ruim 1500 locaties en via bijna 750 verenigingen aangeboden. De deelnemers waardeerden de sportinterventies gemiddeld met cijfers tussen 7,6 en 8,4. Met de beëindiging van het actieplan eind 2011 stopt ook de subsidie door het ministerie van VWS. Desondanks gaan tien van de veertien sportconcepten van sportbonden door.

Aansluiten
NIVEL-programmaleider Cindy Veenhof: “Het aantal inactieve mensen dat werkelijk in beweging is gekomen, viel wat tegen. De sportprojecten trokken vooral mensen die eigenlijk al actief waren. Aan de andere kant is het natuurlijk mooi meegenomen dat deze mensen niet inactief worden. Ook bij hen moet je activiteit blijven stimuleren. Deze sportconcepten zijn daarvoor ook geschikt.”
Om inactieve mensen te bereiken en te verleiden te gaan sporten is kennelijk meer nodig dan alleen sportconcepten implementeren. De deelnemende bonden kunnen bijvoorbeeld op lokaal niveau kijken naar inactieve doelgroepen en samenwerking zoeken met organisaties zoals gemeenten, buurthuizen, sportverenigingen en het bedrijfsleven. Daarmee kunnen sportactiviteiten worden ontwikkeld die beter aansluiten bij de behoeften, wensen, mogelijkheden en onmogelijkheden van ‘inactieven’ in hun eigen specifieke omgeving. In toekomstige sportstimuleringsprogramma’s zoals ‘Sport en bewegen in de buurt’ zal de focus juist hierop liggen.

Download het rapport in PDF
Bron: Nivel

View full post on FysioForum

Tussen juni en december 2011 ontvangen alle inwoners in de gemeente Leiderdorp tussen de 45 en 65 jaar een uitnodiging om mee te doen aan de NEO studie van het Leids Universitair Medisch Centrum (LUMC). De NEO studie (Nederlandse Epidemiologie van Obesitas) is een grootschalig onderzoek naar de oorzaken van ziekte bij mensen met overgewicht of obesitas.

Inwoners ontvangen de uitnodiging op basis van een selectie op leeftijd uit de gemeentelijke basisadministratie. Voor het slagen van het onderzoek is het belangrijk dat zowel mensen met een normaal gewicht als mensen met overgewicht meedoen. Iedereen in de leeftijd van 45 tot 65 jaar wordt dus uitgenodigd om mee te doen aan de NEO studie.

Deelnemers vullen van tevoren twee vragenlijsten in en verzamelen urine. Vervolgens komen ze een ochtend naar het LUMC voor verschillende metingen, waaronder een vetpercentagemeting, bloedafnames en hart-, vaat- en longfunctietesten. Sommige deelnemers zullen ook een MRI-scan, een stofwisselingsmeting of een hartritmemeting ondergaan. De onderzoeksuitslagen over gewicht, bloeddruk, cholesterol, glucose (suikergehalte), nierfunctie en longfunctie worden per brief aan deelnemers bekend gemaakt. Ook ontvangen deelnemers een lunchbon en eventuele reiskosten worden uiteraard vergoed.

Overgewicht is een medeoorzaak van veel verschillende ziekten, zoals diabetes, hart- en vaatziekten, nierfalen, gewrichtsproblemen en depressies. Met dit onderzoek wil het LUMC een antwoord vinden op de vraag waarom de ene persoon met overgewicht ziek wordt, en de ander niet. Hiervoor worden gegevens van in totaal 6.000 volwassenen met overgewicht of obesitas in Leiden en omstreken verzameld.

Ga voor meer informatie naar de website:  www.neostudie.nl

Bron: LUMC

View full post on FysioForum

Mensen met een spierziekte ervaren beperkingen door spierzwakte, vermoeidheid en pijn. Paramedische zorg, in het bijzonder ergotherapie, fysiotherapie en logopedie, richt zich op de gevolgen van deze beperkingen en de vraag hoe hiermee om te gaan.

Edith Cup onderzocht wie, wanneer, welke paramedische zorg nodig heeft vanuit drie perspectieven:

  1. professioneel perspectief
  2. wetenschappelijk perspectief
  3. cliëntperspectief

Vanuit een professioneel perspectief hebben meer mensen korter therapie nodig dan nu het geval is. Vanuit wetenschappelijk perspectief is er bewijs voor een positief effect van conditietraining bij spierziekten. Spierkrachttraining blijkt daarnaast bij de meeste spierziekten niet schadelijk, maar veel sterker word je er ook niet van. Vanuit cliëntperspectief is de zorg versnipperd en vooral gericht op het lichamelijk functioneren. De psychosociale gevolgen hiervan worden onderschat evenals de impact van de ziekte op het dagelijks handelen van de mensen met de ziekte en hun naasten. Hier ligt de uitdaging voor toekomstige zorg, begeleiding en onderzoek.

Bron: ru.nl

View full post on FysioForum