Posts Tagged ‘nieuwe’
Bandjes die zich buiten de wervelkolom bevinden, blijken de zenuwen te verbinden met wervels en tussenwervelschijven. Zij spelen een belangrijke rol in het voorkomen van beschadiging van de zenuwen. Bij de ontleding van 10 gebalsemde lichamen ontdekte orthopedisch chirurg Gerald Kraan deze, niet eerder in de medische literatuur beschreven, verbindingen. Kraan promoveert op 30 november.
De nieuw ontdekte bandjes, extraforaminale ligamenten (EFL) gedoopt, spelen een belangrijke rol in het voorkomen dat zenuwen tegen de wervels worden gedrukt en in het afleiden van mechanische spanning in de zenuwen.
Bij tien gebalsemde lichamen is de extraforaminale regio van de wervelkolom ontleed om de anatomische verbindingen van de spinale zenuwen met de wervelkolom te inventariseren. ‘Tot onze verbazing vonden we een bandje dat de bewuste zenuwen verbindt aan de wervels en de tussenwervelschijven. Deze verbindingen zijn nog niet eerder in de medische literatuur beschreven’, aldus Gerald Kraan.
Om te kijken of er een functie aan de EFL kan worden toegedicht zijn mechanische proeven gedaan. Hieruit blijkt dat op lendenwervelniveau spanning op de zenuwen wordt afgeleid naar de tussenwervelschijf en het gewrichtskapsel van de gewrichten tussen de wervels zelf.
Daarnaast voorkomen de bandjes dat de zenuwen tegen de wervels worden gedrukt en zo schade ondervinden. Hetzelfde wordt gezien op borstniveau alwaar de bandjes voornamelijk de compressie voorkomen.
Als conclusie kan worden gesteld dat we hier te maken hebben met nog niet eerder ontdekte structuren die een belangrijke mechanische functie hebben. Tijdens een operatie dient dan ook voorzichtig met deze bandjes omgegaan te worden.
Geschiedenis anatomie wervelkolom
Sinds Hippocrates, 2400 jaar geleden, wordt de anatomie van de wervelkolom in detail bestudeerd. In deze lange periode is de anatomie van de wervelkolom ontrafeld, met als hoogtepunt het werk van Leonardo da Vinci en Andreas Vesalius, in de 15e en 16e eeuw.
De laatste 130 jaar heeft het onderzoek zich met name toegespitst op zenuwen die uit de wervelkolom treden en bijvoorbeeld herniaklachten veroorzaken. Daarbij is een groot aantal mechanismen en anatomische structuren beschreven, die de zenuwen tegen tractie beschermen. Echter al deze structuren zijn gelokaliseerd binnenin de wervelkolom en niet erbuiten, de zogenoemde extraforaminale regio.
Het proefschrift en de stellingen zijn hier te downloaden.
Bron: VUmc
View full post on FysioForum
Kostbare herstelbehandelingen van beschadigd kraakbeen in het kniegewricht mogen voortaan worden vergoed. Dat heeft het College voor zorgverzekeringen besloten. Bij de circa 30.000 euro kostende therapie wordt eerst resterend kraakbeen van de patiënt gewonnen, vervolgens vermeerderd in het laboratorium en uiteindelijk weer teruggeplaatst in het aangedane gewricht.
In het Martini Ziekenhuis in Groningen zijn voor het eerst gekweekte kraakbeencellen ingebracht bij een orthopedische patiënt met een ernstig beschadigde knie. Orthopedisch chirurg prof. dr. Daniël Saris van het Universitair Medisch Centrum Utrecht (UMCU), die met collega’s al vele jaren werkt aan technieken om kraakbeenbeschadigingen te repareren via celimplantaties, zegt blij te zijn ‘dat in deze tijd van bezuinigingen op de zorg er eindelijk weer eens iets mág’.
Bepaalde groepen
Hoewel tienduizenden Nederlanders kampen met knieartrose, is de nieuwe behandeling volgens Saris vooralsnog uitsluitend geschikt voor bepaalde groepen patiënten die kampen met beschadigd kraakbeen in het kniegewricht. Deze patiënten lijden veel pijn en raken dikwijls arbeidsongeschikt. De slijtage kan onder meer het gevolg zijn van sportbeoefening, zware arbeid en ongevallen.
300 patiënten
Naar verwachting worden voorlopig 300 kniepatiënten per jaar behandeld. Onderzoekers hopen over vijf jaar te kunnen vaststellen of de nieuwe therapie duurzaam herstel geeft, en of het kosteneffectief is. Naast het UMC in Utrecht en het Martini Ziekenhuis in Groningen wordt de behandeling toegepast in het academisch ziekenhuis van Maastricht, het Westeinde Ziekenhuis in Den Haag en het Elisabeth Ziekenhuis in Tilburg.
Bron: de Telegraaf
View full post on FysioForum
De tienduizenden Nederlanders die in de toekomst in aanmerking komen voor een nieuwe heupprothese, biedt de Nederlandse Orthopaedische Vereniging (NOV) vanaf vandaag een digitale handleiding aan. Die maakt voor patiënten alle relevante informatie over hun nieuwe heupprothese direct toegankelijk. Met één muisklik wordt het voor de patiënt inzichtelijk welke kennis beschikbaar is over een heupprothese.
De NOV lanceert voor de patiënten een nieuwe website, mede naar aanleiding van de recente problemen met één type heupprothese, de Metaal-op-Metaal heupprothesen. In januari 2012 adviseerde de NOV met nadruk het gebruik van de Metaal-op-Metaal heupprothesen te stoppen. Een recente NOV inventarisatie leert dat alle orthopedische maatschappen in de Nederlandse ziekenhuizen intussen het gebruik van deze prothese hebben gestaakt.
Het RIVM heeft berekend dat het aantal heupprothesen alleen al als gevolg van artrose, de komende twintig jaar explosief stijgt van jaarlijks 20.000 patiënten naar ruim 50.000 patiënten. Juist hierom hebben de Nederlandse orthopeden een nieuwe website gelanceerd met alle relevante informatie voor patiënten en consumenten over een nieuwe heupprothese.
Op www.mijnbesteheup.nl heeft de NOV alle heupprothesen in drie categorieën verdeeld: prothesen waarvan goede langetermijnresultaten bekend zijn, prothesen waar nog maar kort ervaring mee is maar die op basis van de eerste resultaten op lange termijn goede vooruitzichten lijken te bieden en prothesen waarvan (nog) heel weinig bekend is. Deze laatsten kunnen overigens uiteindelijk heel waardevolle prothesen blijken te zijn. Deze ordening van heupprothesen in deze categorieën is door alle Nederlandse orthopeden overgenomen.
Met deze indeling wordt het voor de patiënten en zijn/haar zorgverlener duidelijk wat het lange termijn resultaat is van een heupprothese. Via deze website krijgt de patiënt zelf inzicht wat er van een bepaald merk heupprothese wereldwijd wetenschappelijk bekend is. Met deze transparante aanpak wil de NOV bewerkstelligen dat een heupprothese -zonder goede langetermijnresultaten- niet langer breed in de Nederlandse zorg kan worden geïntroduceerd. “Onze inzet is dat elke patiënt de beste heup krijgt en dat deze keus gebaseerd is op de meest actuele, hoogwaardige wetenschappelijke informatie.” , aldus Professor Verhaar, voorzitter van de NOV. Patiënten moeten, aldus de NOV, als partner bij de keuze worden betrokken.
De eerste voorlopige analyses laten zien dat de 5 meest gebruikte heupprothese in Nederland (die 2/3 van alle patiënten hebben gekregen) in de eerste categorie vallen. In de komende maanden analyseert en categoriseert de NOV alle andere en minder vaak toegepaste heupprothesen die in Nederland worden gebruikt. Eind 2012 publiceert de NOV een compleet overzicht op de website www.mijnbesteheup.nl.
Bron: NOV
View full post on FysioForum
Er is voldoende ruimte op de zorgverzekeringsmarkt voor nieuwe zorgverzekeraars om te starten. Dat blijkt uit een onderzoek van de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) naar toetredingsdrempels. Wie zich op de markt wil begeven, moet wel drempels nemen. Maar die zijn ook nodig vanwege de publieke belangen in de zorgsector, concludeert de NZa.
Het is logisch dat er eisen worden gesteld aan verzekeraars die de markt willen betreden, vindt de NZa. De zorg is een publiek goed, er gaan jaarlijks miljarden aan premiegeld naar toe. Daarom wil de overheid kwaliteit, toegankelijkheid en betaalbaarheid borgen.
Een van de drempels zijn de eisen rondom startkapitaal, de zogenaamde Solvency II regels. Ook de vaak complexe regels op de zorgverzekeringsmarkt kunnen een drempel zijn. Zo zorgt het systeem van risicoverevening ervoor dat verzekeraars pas laat precies weten waar zij financieel aan toe zijn. Bij risicoverevening wordt ieder jaar vooraf bekeken hoe de groep verzekerden eruitziet en worden verzekeraars die veel risicovolle verzekerden hebben hiervoor gecompenseerd.
Op verzoek van de minister heeft de NZa ook aanbevelingen gedaan om drempels weg te nemen. Als de overheid meer zekerheid biedt, kunnen verzekeraars langer vooruit plannen. Ook regelingen die veel tijd kosten, zoals de wanbetalersregeling en de risicoverevening, kunnen worden doorgelicht. Overigens verwacht de NZa niet dat er veel meer nieuwe zorgverzekeraars bijkomen als deze drempels er niet meer zijn.
Download Monitor Toetredingsdrempels zorgverzekeringsmarkt
Bron: NZa
View full post on FysioForum
Utrechtse wetenschappers zijn een veelbelovende behandeling van jeugdreuma op het spoor. Het werkt al in proefdieren. “We willen graag uitzoeken of het ook in mensen werkt”, aldus arts-onderzoeker Evelien Zonneveld-Huijssoon. Zij promoveert op 24 april aan de Universiteit Utrecht.
Jeugdreuma is een auto-immuunziekte waarbij T-cellen van het immuunsysteem het eigen lichaam aanvallen. De ontsteking leidt tot pijnlijke gewrichtsschade. Jeugdreuma is niet te genezen, de behandeling bestaat uit het remmen van de chronische gewrichtsontsteking. Deze medicijnen, zoals methotrexaat of TNF-alfa-remmers, hebben ernstige bijwerkingen. Patiënten hebben bijvoorbeeld meer kans op infecties.
Immuunsysteem kalmeren
In haar promotieonderzoek zocht arts-onderzoeker Evelien Zonneveld-Huijssoon naar een manier om jeugdreuma te onderdrukken. Ze gebruikte daarvoor eiwitten, de zogenaamde ‘heat shock eiwitten’. Deze eiwitten versterken normaal gesproken de ontstekingsreactie bij patiënten met jeugdreuma. Zonneveld gebruikte deze eiwitten juist om het immuunsysteem te kalmeren. Het toedienen van deze eiwitten via een neusspray zorgt ervoor dat het immuunsysteem de eiwitten als onschadelijk beschouwt. Dat is de normale reactie op eiwitten die zo het lichaam bereiken.
De neusspray werkt erg goed bij ratten met reuma. Een eenmalige dosis van een ontstekingsremmer plus vier keer de neusspray onderdrukt de ziekte drie weken lang net zo goed als drie doses ontstekingsremmer. De proefdieren kunnen dus toe met een veel lagere dosis ontstekingsremmer om de ziekte onder controle te houden. Dat vermindert op de lange termijn de bijwerkingen.
Tweeduizend kinderen
“We denken dat het in mensen net zo kan werken”, zegt Zonneveld-Huijssoon. “Reuma in proefdieren lijkt op de ziekte in mensen. Maar of de behandeling inderdaad net zo goed werkt willen we graag uitzoeken.” Het UMC Utrecht wil de nieuwe behandeling graag testen in reumapatiënten. Hiervoor is echter nog geen financiering. Eén op de duizend kinderen heeft jeugdreuma. In Nederland zijn er twee- tot drieduizend kinderen jeugdreuma, ongeveer de helft komt voor behandeling naar het UMC Utrecht.
Bron: UMC Utrecht
View full post on FysioForum
De afdelingen plastische chirurgie en orthopedie van VU medisch centrum werken samen aan een therapie die ervoor zorgt dat het kraakbeen van versleten gewrichten weer herstelt. Deze nieuwe methode, waarbij de chirurgen gebruik maken van stamcellen uit vetweefsel, ziet er veelbelovend uit. Op 12 januari promoveert plastisch chirurg in opleiding Wouter Jurgens op deze methode.
Het unieke aan de stamceltherapie is dat het ontworpen is als 1-staps procedure, dat wil zeggen dat de patiënt maar één keer geopereerd hoeft te worden. Tijdens de operatie worden er stamcellen uit vetweefsel gehaald, en vervolgens in een speciaal daarvoor ontworpen lab gestimuleerd om tot kraakbeen uit te groeien. Na twee uur plaatsen de chirurgen de stamcellen terug in het lichaam van de patiënt, op de plek waar het kraakbeen versleten is.
Het concept werd getest in geiten. De eerste resultaten zien er veelbelovend uit, laat Jurgens zien in zijn proefschrift. Verdere studies moeten uitwijzen of de 1-stapsprocedure ook toe te passen is bij mensen met versleten gewrichten. Vergelijkbare stamceltherapie bij het herstellen van botweefsel wordt nu al succesvol in de kliniek toegepast.
In zijn proefschrift toonde Jurgens verder aan dat de buikregio het meest geschikt is om vetstamcellen uit te verkrijgen. Daar bevat het weefsel namelijk de meeste vetstamcellen per gram. Ook testte hij twee verschillende dragermaterialen – waar de stamcellen op bevestigd worden om uit te groeien tot kraakbeen. Ze werden geschikt bevonden om te gebruiken in dit nieuwe concept.
Met de toenemende vergrijzing groeit ook het aantal mensen dat last heeft van ernstige slijtage van gewrichten. De enige behandeling die nu beschikbaar is, is vervanging van het gewricht door een prothese. Dat is een relatief zware ingreep. Een behandeling die leidt tot herstel van het versleten kraakbeen zou een goed alternatief zijn.
Meer informatie over het proefschrift in VU-DARE
Bron: VU
View full post on FysioForum
Per 1 december 2011 is Marinus de Kleuver voor vijf jaar aangesteld als hoogleraar wervelkolomchirurgie bij VU medisch centrum. De orthopedisch chirurg van de Sint Maartenskliniek richt zich in deze betrekking met name op de behandeling van complexe wervelkolomaandoeningen.
Marinus de Kleuver (46 jaar) is sinds 1994 verbonden aan de Sint Maartenskliniek, waar hij zich vanaf 1998 vooral richt op de behandeling van scoliose en wervelkolomaandoeningen. Binnen de Sint Maartenskliniek is hij als directeur eindverantwoordelijk voor het Orthopediecentrum Nijmegen. Daarnaast is hij lid van de raad van advies van de Vereniging van scoliosepatiënten. En met ingang van 1 december start De Kleuver als hoogleraarschap bij VUmc, afdeling orthopedie, met als eindverantwoordelijke prof. dr. B.J. van Royen.
De benoeming van prof. dr. de Kleuver betekent dat VU medisch centrum en de Sint Maartenskliniek gaan samenwerken binnen het toegepast wetenschappelijk onderzoek op het gebied van wervelkolomaandoeningen.
Samenwerking grote scoliosecentra
Eerder dit jaar maakten het Wilhelmina Kinderziekenhuis, VU medisch centrum en de Sint Maartenskliniek bekend dat zij de zorg en behandeling van patiënten met scoliose op elkaar gaan afstemmen. De drie ziekenhuizen behandelen in Nederland het grootste deel van de jongvolwassenen met een zijdelingse verkromming van de wervelkolom. Deze samenwerking leidt tot betere benutting van de kennis en capaciteit in Nederland voor de operatieve behandeling van scoliose.
Bron: VUmc
View full post on FysioForum
Het Universitair Medisch Centrum Groningen gaat starten met een onderzoek naar een zeer innovatieve nieuwe behandeling voor patiënten met COPD. Hierbij worden de zenuwbanen die zorgen voor een deel van de vernauwing van de luchtwegen bij COPD, in beide longen uitgeschakeld. Dit gebeurt met behulp van een bronchoscoop. De ingreep veroorzaakt een blijvend luchtwegverwijdend effect bij patiënten. De behandeling kan poliklinisch worden uitgevoerd.
Het oorspronkelijke idee voor deze toepassing is al meer dan vijftig jaar oud, waarbij destijds deze zenuwbanen in de hals geblokkeerd werden om zeer ernstige klachten van kortademigheid als gevolg van astma of COPD te behandelen.
Recent is er echter een techniek ontwikkeld om deze behandeling zonder operatie via een bronchoscoop uit te kunnen voeren. Uit voorafgaande proefdieronderzoeken zijn geen belangrijke bijwerkingen van deze behandeling gebleken. Het uitschakelen van deze zenuwbanen geeft voor zover bekend bij mensen geen bijwerkingen op lange termijn. Zo worden deze zenuwbanen zonder complicaties tijdens operaties bij longkanker- en longtransplantatie patiënten doorgesneden.
De nieuwe behandeling is uitsluitend bestemd voor patiënten van veertig jaar of ouder, die in het verleden minimaal tien jaar hebben gerookt, maar nu tenminste zes maanden zijn gestopt met roken. Bovendien moeten deze patiënten nog steeds veel klachten hebben, ondanks dat ze gestopt zijn met roken en gebruik maken van maximale inhalatiemedicatie.
Het UMCG zal samen met de Universiteit van Stellenbosch in Kaapstad, Zuid Afrika, het eerste centrum in de wereld zijn waar deze behandeling uitgevoerd gaat worden. De verwachting is dat de eerste patiënten eind januari 2012 in het UMCG behandeld zullen worden. Het UMCG kan in eerste instantie bij maximaal 6 tot 8 patiënten deze experimentele behandeling uitvoeren.
Het onderzoek, dat goedgekeurd is door de Medisch Ethische Toetsingscommissie van het UMCG, wordt uitgevoerd door de afdeling longziekten van het UMCG en staat onder leiding van longarts dr. Dirk-Jan Slebos.
Bron: UMCG
View full post on FysioForum
Veel kinderen met een aangeboren hersenbeschadiging gebruiken hun linker- of rechterarm en -hand minder vaak en minder goed. Om deze kinderen op een speelse manier te stimuleren die arm te gebruiken, heeft de Sint Maartenskliniek de Piratengroep. Deze wetenschappelijk bewezen behandeling wordt nu tot 2013 ingevoerd in tien kinderrevalidatiecentra verspreid over Nederland.
Het Piratengroepprogramma duurt acht weken. Tijdens het programma komen kinderen in de leeftijd van tweeënhalf tot acht jaar drie middagen per week naar het revalidatiecentrum. Daar spelen ze dat ze piraat zijn en gewond zijn geraakt aan hun ‘goede’ arm. Deze arm moet daarom in een mitella. Door spel en oefeningen leren ze spelenderwijs hun aangedane arm beter te gebruiken. Ook thuis oefenen de kinderen met hun aangedane arm in de mitella.
In 2010 promoveerde Pauline Aarts, ergotherapeute, onderzoeker en hoofd van de afdeling peuterrevalidatie van de Maartenskliniek, op onderzoek naar de effectiviteit van de Piratengroep. Omdat de effectiviteit van de behandeling wetenschappelijk was bewezen, sprong het licht op groen voor verdere uitbreiding naar andere revalidatiecentra. Na het succes in de Maartenskliniek Nijmegen rolt Aarts nu, met financiering van de branchevereniging Revalidatie Nederland, de Piratengroep verder uit. In tien kinderrevalidatiecentra in Nederland wordt in de komende twee jaar het behandelprogramma geïntroduceerd. De behandelteams gaan in hun eigen revalidatiecentrum volgens de vastgestelde kwaliteitscriteria van de Maartenskliniek werken. Inmiddels hebben de eerste drie centra met interesse zich gemeld. In 2012 start de Maartenskliniek met het opleiden van deze teams.
Bron: Sint Maartenskliniek
View full post on FysioForum
Chronische pijn komt vaak voor bij kwetsbare ouderen die thuis wonen of verblijven in zorginstellingen. Pijn wordt bij kwetsbare ouderen nu nog onvoldoende herkend en behandeld. Daardoor zijn zij vaak minder fysiek en sociaal actief en minder zelfredzaam. Ook kan pijn leiden tot angst, depressie en verdere achteruitgang van cognitief functioneren. Daarom wordt vandaag door Verenso, vereniging van specialisten ouderengeneeskunde en sociaal geriaters, de nieuwe landelijke multidisciplinaire richtlijn ‘Herkenning en behandeling van chronische pijn bij kwetsbare ouderen’ gepubliceerd. Doel is betere herkenning en behandeling van chronische pijn bij kwetsbare ouderen.
Pijnbeleving en -gedrag bij kwetsbare ouderen anders
Voor herkenning en diagnostiek van pijn bij kwetsbare ouderen is het belangrijk dat artsen en andere zorgverleners beseffen dat kwetsbare ouderen op een andere manier pijn kunnen uiten. Dat geldt zeker voor kwetsbare ouderen met cognitieve beperkingen en bij specifieke aandoeningen. De richtlijn beschrijft deze afwijkende pijnbeleving en -gedrag en de consequenties daarvan voor diagnostiek, inclusief te gebruiken betrouwbare pijnmeetinstrumenten bij kwetsbare ouderen.
Aangepaste (Non)farmacologische pijnbestrijding
Kwetsbare ouderen hebben meestal verschillende aandoeningen en gebruiken daarvoor verschillende medicijnen. Deze middelen geven bij kwetsbare ouderen regelmatig bijwerkingen en complicaties van polyfarmacie terwijl zij gevoeliger zijn voor bijwerkingen. De richtlijn beschrijft daarom ook non-farmacologische interventies die bewezen hebben pijn effectief te verminderen. Ook de noodzakelijke aanpassing van farmacologische pijnbestrijding bij kwetsbare ouderen wordt onderbouwd waarbij als eerste stap paracetamol en als vervolgstap sterkere opioïden worden aanbevolen. Over neuropatische pijn bij deze doelgroep worden specifieke medicatieadviezen gegeven. Belangrijk is bij kwetsbare ouderen te starten met een lagere dosis en een langzame opbouw van de spiegel. Ook de doseringsadviezen verschillen van relatief gezondere volwassenen. De richtlijn bevat tabellen over geadviseerde doseringen en bijwerkingen van pijnmedicatie.
Voor ouderen, artsen en hun andere zorgverleners
De richtlijn is dankzij subsidie van ZonMw en onder voorzitterschap van prof. dr. W.P. Achterberg ontwikkeld met en voor specialisten ouderengeneeskunde, klinisch geriaters, ouderenpsychiaters, huisartsen, apothekers, (pijn)verpleegkundigen en met inbreng van inhoudelijke expertise vanuit anesthesiologen, psychologen, fysio- en ergotherapeuten met een geriatrische specialisatie en cliëntenorganisatie LOC. Voor verpleegkundigen en verzorgenden is daarnaast een aparte handleiding ontwikkeld en voor ouderen en hun familie een patiëntenfolder. Voor de richtlijn heeft de richtlijnwerkgroep ondersteund door Verenso 450 wetenschappelijke publicaties beoordeeld. Voor meer informatie over de richtlijnproducten zie www.verenso.nl. Verenso stuurt de richtlijn aan de participerende beroepsverenigingen toe met het verzoek deze te verspreiden onder hun leden.
Bron: Verenso
View full post on FysioForum