Posts Tagged ‘zich’
Bijna tweederde van de Nederlandse vrouwen wil zich in 2013 graag fitter en gezonder voelen. De top 3 voornemens zijn afvallen, vaker tijd vrijmaken voor ontspanning en meer sporten en bewegen. Bijna de helft van de vrouwen sport niet of nauwelijks. Onder meer een te druk leven met huishoudelijke verplichtingen en de hoge kosten voor de sportschool staan het sporten in de weg. De vrouw wenst met weinig moeite en geld, zo fit mogelijk voor de dag te komen. Dit en meer blijkt uit onderzoek van Etos onder 800 vrouwen.
De Nederlandse vrouw sport vier uur per week in gedachten
74 procent van de Nederlandse vrouwen zou graag meer dan één uur per week willen sporten. Eénderde geeft aan hier zelfs meer dan vier uur per week aan te willen besteden. Redenen waarom vrouwen de sportschool te weinig opzoeken zijn: omdat ze geen zin hebben (20%), omdat ze een sport beoefenen te duur vinden (19%), omdat ze te druk zijn met sociale bezigheden (vrienden en familie) en omdat zij te druk zijn met huishoudelijke taken (16%). De helft van de vrouwen geeft aan wel te wíllen bewegen, maar hiervoor liever niet naar de sportschool te gaan.
Huishouden slokt veel tijd op
Vooral een druk leven met huishoudelijke verplichtingen slokt de tijd van vrouwen op. Gemiddeld zijn vrouwen meer dan 12 uur per week bezig met huishoudelijke taken. Zo besteden vrouwen bijvoorbeeld bijna 3,5 uur per week aan koken, 2 uur aan schoonmaken en 1,5 aan de was. Om in alle drukte toch lekker in hun vel te zitten, geven vrouwen extra aandacht aan: een goede balans tussen werk en privé (30%), inname van extra vitamines (28%), gaan ze regelmatig naar de kapper (26%) en verwennen ze zichzelf regelmatig met lekkere verzorgingsproducten (20%).
Wintermaanden nodigen vrouwen niet uit tot sport
De wintermaanden zijn voor vrouwen niet de maanden waarin zij het lekkerst in hun vel zitten. Februari (0,1%) en november (0,0%) zijn het minst populair. Maar weinig vrouwen zijn zich ervan bewust dat je door slim te zijn en creatief te denken ook weer fit kunt worden. Etos speelt in op de wens van vrouwen om op een slimme manier fit te worden door de vrouw van handige tips te voorzien.
Dit is een origineel bericht van Etos
Bron: ANP Perssupport
View full post on FysioForum
Het Koninklijk Nederlands Genootschap voor Fysiotherapie (KNGF) onderschrijft het voornemen van het nieuwe kabinet om in de zorg de nadruk te leggen op samenwerking tussen zorgaanbieders, gepast gebruik en kosteneffectiviteit. De fysiotherapeut is op al deze punten een partner voor de overheid. Hij levert aantoonbaar toegevoegde waarde op kosteneffectieve wijze, opereert dichtbij de cliënt in nauwe samenwerking met andere eerstelijnsaanbieders en voorkomt bij tijdige inzet dat cliënten meer of duurdere zorg nodig hebben.
Gezamenlijk eerstelijnsconvenant
Eerstelijnsaanbieders zijn nu al vertegenwoordigd in het samenwerkingsverband VELO. Volgens het KNGF zouden maatregelen ook vastgelegd kunnen worden in een gezamenlijk convenant. De eerstelijnsaanbieders maken samen afspraken over bijvoorbeeld de rolverdeling in de eerstelijn, over het tegengaan van onnodig doorverwijzen en het leveren van (chronische) zorg zoveel mogelijk dichtbij huis. Op die manier leveren zij een nadrukkelijke bijdrage aan beheersing van de geleverde zorg en de zorgkosten.
Kosteneffectiviteit fysiotherapie
“In de huidige situatie, blijkt fysiotherapie goed aan te sluiten op de behoefte van de coalitiepartijen PvdA en VVD. Fysiotherapie levert een grote bijdrage aan de gezondheid(swinst) van patiënten. Dit blijkt ook uit een recent onderzoek naar het effect van fysiotherapie bij vijf chronische aandoeningen. Naast gezondheid(swinst), is er sprake van grote kosteneffectiviteit die het beste tot zijn recht komt als die aandoeningen in de basisverzekering opgenomen zijn ”, aldus Eke Zijlstra, bestuursvoorzitter van het KNGF. Met tijdige inzet van fysiotherapie, worden hoge kosten verderop in de keten voorkomen. Zijlstra ziet nog een groot pluspunt: “De organisatie van fysiotherapiepraktijken is kleinschalig, waardoor zorg dicht bij de patiënt vanzelfsprekend is. Al met al, levert fysiotherapie een directe bijdrage aan de doelstellingen van het nieuwe kabinet. Om die bijdrage ook in de toekomst veilig te stellen, is het van belang dat de politiek fysiotherapie drempelloos toegankelijk houdt en de fysiotherapeut meer regie geeft in de beweegzorg ”.
Restitutie
Het KNGF maakt zich wel zorgen over het voornemen om restitutie in de basisverzekering af te schaffen. “Ik zou de coalitiepartners willen oproepen deze voorgenomen maatregel niet door te voeren. Door de maatregel wordt de keuzevrijheid van de burger ernstig beperkt”, bepleit de voorzitter van het KNGF.
Bron: KNGF
View full post on FysioForum
Jongeren van 12 tot 16 jaar met scoliose die bij de Sint Maartenskliniek in Nijmegen worden geopereerd, kunnen zich vanaf vandaag thuis voorbereiden op hun operatie via een nieuwe online scolioseportal. Een afgeschermde website speciaal voor jongeren die deze operatie ondergaan waarop ze allerlei specifieke informatie rond de operatie kunnen vinden.
Scoliose is een zijwaartse verkromming van de wervelkolom. Bij een operatie wordt de wervelkolom zo recht mogelijk gemaakt. Volgens verpleegkundig specialist Tosca Snippert is de online portal een effectieve manier om alle informatie over een operatie te delen: “Als patiënten voor het eerst naar het ziekenhuis komen voor een scoliose operatie, dan worden ze geconfronteerd met veel informatie. Het is vaak ook een hele gebeurtenis met de nodige impact. Als je dan ook nog een stapel folders en papieren meekrijgt, is het lastig om bij te houden wat je concreet moet doen als voorbereiding en wat je kunt verwachten. De scolioseportal is hiervoor een ideale oplossing, het bevat werkelijk alle informatie die goed te overzien is.”
De informatie op de scolioseportal is onderverdeeld in de fasen die een patiënt doorloopt, van voorbereidend onderzoek tot operatie en nazorg. Behalve tekst en afbeeldingen zijn er ook filmpjes te vinden van de betrokken behandelaars die zich voorstellen en een toelichting geven. Daarnaast kunnen de patiënten op de site ook ervaringen van andere patiënten vinden. “De patiënt kan zo snel en gericht de antwoorden vinden op zijn/haar vragen. Mocht een patiënt toch nog vragen hebben, dan kan hij/zij via de portal makkelijk contact met ons opnemen.”, aldus Tosca.
De scolioseportal is onderdeel van een traject van de Sint Maartenskliniek om meerdere behandelingen met een online portal te begeleiden. Zo zijn er het afgelopen jaar ook een speciale knieportal en een portal voor dwarslaesiepatiënten gelanceerd. Deze websites zijn alleen toegankelijk voor patiënten van de Sint Maartenskliniek.
Bron: Sint Maartenskliniek
View full post on FysioForum
De huisarts speelt meestal nog een stevige rol bij de keuze voor een ziekenhuis of specialist. Burgers gaan weinig zelf op zoek naar keuze-informatie. Van een patiëntenorganisatie blijken ze niet zozeer lid te worden vanwege belangenbehartiging, maar verwachten ze vooral informatie en voorlichting.
In het nieuwe zorgstelsel wordt van burgers een actieve rol verwacht. Ze worden ‘zorgconsumenten’ die zelf kiezen naar welk ziekenhuis of welke specialist zij gaan. Op deze manier zouden ze zorgaanbieders dwingen goede kwaliteit te leveren tegen een scherpe prijs. Dit kan individueel, maar ook collectief, bijvoorbeeld in patiëntenorganisaties. Maar willen burgers actief kiezen voor een specialist of een ziekenhuis? En zo ja, hoe kiezen ze dan? Leven patiëntenorganisaties onder de bevolking? Waarom wordt een patiënt lid? Een andere rol die in het nieuwe zorgstelsel van de burger wordt verwacht is die van ‘kostenbewuste zorgconsument’. De zorguitgaven zullen naar verwachting de komende jaren flink toenemen. Zijn mensen zich bewust van de kosten van de zorg die ze gebruiken? Het NIVEL legde een aantal vragen voor aan het Consumentenpanel Gezondheidszorg om te weten te komen of en hoe burgers deze rollen op zich nemen.
De kiezende burger
Veel burgers zeggen niet zelf naar informatie te zoeken om te kiezen naar welk ziekenhuis of welke specialist ze het beste kunnen gaan. Als reden noemen ze vooral, dat ze toch al weten waar ze naar toe gaan. Daarnaast komt duidelijk naar voren dat ze het lastig vinden om te kiezen. Ze weten niet op basis waarvan ze moeten kiezen, hoe ze de informatie moeten beoordelen en of die wel betrouwbaar is. Dit geven ze vaker aan dan dat ze er de meerwaarde niet van inzien om keuze-informatie op te zoeken. Of burgers nu wel of geen actieve rol zeggen te spelen in de keuze voor een specialist of ziekenhuis, in beide gevallen speelt de huisarts een grote rol bij deze keuze.
Patiëntenorganisaties
Patiëntenorganisaties zijn bekend bij de panelleden. Ruim een op de tien is lid of lid geweest van een patiëntenorganisatie. Informatie en voorlichting spelen een belangrijkere rol om lid te zijn dan belangenbehartiging. Burgers organiseren zich kennelijk niet zozeer om samen sterk te staan, maar lijken dit vooral te doen vanuit individuele motieven of lotgenotencontact.
De kostenbewuste burger
Burgers zien zichzelf als kostenbewuste zorggebruikers. Over andere ‘zorgconsumenten’ zijn ze minder uitgesproken, maar ze lijken toch het idee te hebben dat die minder kostenbewust zijn in hun zorggebruik dan zijzelf. Zelf betalen voor de zorg lijkt een zeker kostenbewustzijn met zich mee te brengen. Daarnaast geeft het echter ook het gevoel recht te hebben op zorg.
Onderzoek
Voor het onderzoek zijn begin maart 2011 twee vragenlijsten verspreid. Beide vragenlijsten zijn door zo’n 1500 leden van het Consumentenpanel Gezondheidszorg ingevuld. Het panel verzamelt informatie onder de algemene bevolking in Nederland over de meningen over de gezondheidszorg en de ervaringen hiermee. Het panel bestaat uit ongeveer 6.000 mensen van 18 jaar en ouder.
Bron: Nivel
View full post on FysioForum
Het systeem van integrale bekostiging van de zorg voor chronisch zieken komt steeds meer op gang. Zorgverleners en zorggroepen zijn positief, maar onvoldoende transparantie belemmert nog het vertrouwen in het systeem. Dit blijkt uit de tweede rapportage van de evaluatiecommissie Integrale Bekostiging.
Vanaf 2010 wordt de zorg aan patiënten met de chronische aandoeningen diabetes en COPD, en aan mensen met een hoog risico op hart- en vaatziekten integraal bekostigd. Patiënten met een chronische ziekte hebben vaak contact met meerdere zorgverleners. Volgens het systeem van de integrale bekostiging wordt alle zorg rond de ziekte georganiseerd en uitbetaald aan een zorggroep. Dit is meestal een groep van zo’n 80 huisartsen uit een regio. De zorggroepen zijn belast met de coördinatie van de zorg en regelen de betaling aan de verschillende zorgverleners. Dit systeem zou de samenhang in de zorg voor deze chronische ziekten moeten verbeteren.
Evaluatie
Tegelijk met de invoering van het nieuwe bekostigingssysteem heeft de minister van VWS de evaluatiecommissie Integrale Bekostiging ingesteld om de invoering van het systeem te volgen. Deze commissie bestaat uit huisartsen en bestuurders van Diamuraal Eemland en de Ondernemende Huisarts, en uit onderzoekers van het NIVEL, Tranzo/Universiteit van Tilburg, het Academisch ziekenhuis Maastricht en iBMG van de Erasmus Universiteit Rotterdam.
Er wordt aan gewerkt …
De evaluatiecommissie ziet dat twee jaar na invoering van het systeem de zorg voor COPD en vasculair risicomanagement meer worden gecontracteerd. De integrale bekostiging voor diabetes is zelfs al vrijwel landelijk dekkend. Er wordt gewerkt aan transparantie en het oplossen van ICT-problemen, en de samenwerking binnen de eerste lijn komt steeds meer op gang. Zorggroepen en zorgverleners zijn positief over de kwaliteit van de zorg en de commissie ziet weinig neveneffecten. Geen misbruik van ‘marktmacht’ door zorggroepen, geen uitsluiting van complexe patiënten en evenmin negatieve gevolgen voor de niet-integraal-bekostigde zorg.
Moeizaam
Problemen ziet de commissie ook. De contractering tussen zorggroepen en verzekeraars verloopt moeizaam. Verzekeraars blijken weinig vertrouwen te hebben in het systeem, vooral door gebrek aan inzicht in de zorg die wordt geleverd voor wat ze betalen. De transparantie laat nog te wensen over. Doordat het oude en nieuwe systeem van bekostiging nog naast elkaar bestaan, leidt dit tijdelijk tot een dubbele administratie en dus extra werk. Ook verschuiven er taken. Bij de integraal bekostigde zorg lijken met name diëtisten net buiten de boot te vallen, doordat praktijkondersteuners veelal de voedingsvoorlichting voor diabetespatiënten op zich nemen.
Patiënten zelf
Ook patiënten ervaren nog geen integrale zorg: zelfmanagement en zorgplannen komen nog weinig van de grond. Bovendien stuurt het principe van integrale bekostiging aan op samenhangende zorg per aandoening. Bij patiënten met meerdere chronische aandoeningen kan dit juist versnipperend werken, waarschuwt de commissie.
Meerwaarde
Commissievoorzitter prof. Dinny de Bakker, afdelingshoofd bij het NIVEL (Nederlands instituut voor onderzoek van de gezondheidszorg): “Binnen een korte periode heeft de integrale bekostiging geleid tot een geheel nieuwe veelbelovende organisatie van de zorg voor chronisch zieken. De uitdaging voor de komende periode is dat deze nieuwe organisatievorm haar meerwaarde voor de patiënt en de betaler van zorg zichtbaar maakt.”
De eindrapportage van de evaluatiecommissie Integrale Bekostiging verschijnt medio 2012.
Download het document in PDF
Bron: Nivel
View full post on FysioForum
Oude en nieuwe gezondheidscentra zijn de afgelopen jaren steeds meer uitgedaagd hun meerwaarde te bewijzen. Doordat de overheid zich geleidelijk terugtrok zijn veel centra nieuwe financiële samenwerkingsverbanden aangegaan.
Het was een klein item binnen de begroting van VWS die vorige week in de Tweede Kamer werd behandeld. Het subsidiebeleid voor ‘geïntegreerde eerstelijnscentra in VINEX-gebieden’ (gezondheidscentra in nieuwe woongebieden) blijft bestaan. Lange tijd was er echter sprake van dat de regeling zou worden opgeheven. Binnen deze context deed het NIVEL vorig jaar, in opdracht van het ministerie van VWS, onderzoek naar het aanbod en de strategie van gezondheidscentra in bestaande en nieuwe woongebieden.
Naadloos
Een gezondheidscentrum waarin huisartsen onder één dak samenwerken met bijvoorbeeld fysiotherapeuten en een apotheek, paste ooit naadloos in het idee van geïntegreerde eerstelijnszorg. In de jaren zestig van de vorige eeuw maakten gezondheidscentra een snelle groei door. Ondanks positieve evaluaties, remde de groei halverwege de jaren tachtig sterk af. Pas de laatste tien jaar is weer sprake van enige groei, vooral door schaalvergroting. Er komen steeds grotere gezondheidscentra en koepels of ketens van gezondheidscentra. Ondertussen zijn er ook allerlei andere vormen van samenwerking binnen de eerste lijn ontstaan, zoals zorggroepen, huisartsen onder één dak, eerstelijnscentra, gezondheidszorg onder één dak, enzovoort.
Onzekerheid
De Nederlandse overheid heeft vanaf de jaren zeventig de oprichting van gezondheidscentra ondersteund om de eerstelijnsgezondheidszorg te versterken. Maar vanaf de jaren negentig zijn de regelingen voor financiële ondersteuning steeds verder afgebouwd. Wel is er door het veld steeds voor gepleit in ieder geval de oprichting van centra in nieuwe woongebieden te blijven ondersteunen. De onzekerheid heeft waarschijnlijk een rem gezet op de groei van het aantal gezondheidscentra in Nederland. En bestaande centra zijn zich daardoor steeds meer gaan oriënteren op nieuwe kansen en geldstromen. Uit een rondgang langs een zestal grote en kleine gezondheidscentra blijkt dat bestuurders zich vooral richten op onderhandelingen met zorgverzekeraars. “Zorgverzekeraars stellen echter verschillende voorwaarden aan hun financiering”, verklaart NIVEL-programmaleider Ronald Batenburg. “Sowieso worden aan de bekostiging van de eerstelijnszorg veel meer voorwaarden gesteld die veel onderhandeling vergen met de zorgverzekeraars.”
Samenhang met menselijk gezicht
“Gezondheidscentra moeten blijven investeren in een betere samenhang van de zorg die ze leveren”, vervolgt Batenburg. “Wat uiteindelijk ten goede moet komen aan hun patiënten. Ze moeten dus ook laten zien wat de meerwaarde is van hun organisatie, zowel in bestaande als in nieuwe buurten of wijken. In ons nieuwe zorgstelsel moeten zij dat in eerste instantie laten zien aan de zorgverzekeraar. En die kan soms anders aankijken tegen zorg die is toegesneden op de vraag uit de wijk of buurt. Het is gezien de geschiedenis gunstig voor gezondheidscentra die in nieuwe gebieden willen starten dat de compensatieregel wordt voortgezet. Hoewel dit blijft betekenen dat centra en zorgverzekeraars op één lijn moeten komen. En dat is met meerdere verzekeraars waar een gezondheidscentrum mee te maken heeft altijd lastig.”
Onderzoek
Het NIVEL bracht de omvang en samenstelling van de gezondheidscentra in Nederland in kaart. Zorgaanbod, organisatie en strategie van centra zijn beschreven op basis van onder meer websites en jaarverslagen, en diepteinterviews met een aantal bestuurders. Dit is afgezet tegen de ontwikkelingen in de bekostiging en overheidssteun voor gezondheidscentra, met name op Vinex-locaties.
Bron: NIVEL
View full post on FysioForum
Uit gegevens van de Landelijke Informatievoorziening Paramedische Zorg (LiPZ) blijkt dat 6 op de 10 klachten waarmee patiënten bij de fysiotherapeut komen geleidelijk ontstaan. Oudere patiënten (>75 jaar) komen met name na een operatieve ingreep bij de fysiotherapeut, veelal op verwijzing van de medisch specialist. Het betreft hier voornamelijk klachten die voorkomen op de lijst met aandoeningen die langdurig of intermitterend therapie behoeven. Zo’n 1 op de 5 klachten uit zich tijdens of door het werk en bijna 1 op de 4 klachten tijdens of door het sporten, toenemend tot 42% bij patiënten onder de 35 jaar. Bijna een derde van de klachten waarmee patiënten zich zonder verwijzing presenteren uit zich tijdens of door het sporten. Hier liggen mogelijkheden voor fysiotherapeuten om zich samen met werkgevers en bedrijfsartsen ofwel sportbegeleiders (meer) te focussen op preventie van werk-/ en sportgerelateerde klachten.
‘Fietsen, lopen, bukken, daar denkt u eigenlijk niet bij na. Tot het moment dat u last krijgt van een zeurende knie, pijn in uw rug of uw chronische ziekte… De fysiotherapeut helpt u te (blijven) bewegen.’ Deze tekst is afkomstig van het Koninklijk Genootschap voor Fysiotherapie (KNGF).
De wervingstekst laat zien dat de fysiotherapeut ingezet kan worden bij de behandeling van velerlei klachten aan het houdings- en bewegingapparaat. Het aantal patiënten dat de fysiotherapeut weet te vinden is de laatste drie jaar licht toegenomen [1]. De klachten waarmee patiënten zich presenteren veranderen echter nauwelijks: rugklachten vormen met 19,5% nog altijd de grootste groep, gevolgd door nekklachten (9,5%) en schouderklachten (7,5%).
Ondanks dat bekend is met welke klachten patiënten de hulp van een fysiotherapeut inschakelen, is nog weinig bekend over de ontstaanswijze van deze klachten. Het is bijvoorbeeld niet bekend wat het aandeel geleidelijk ontstane klachten is ten opzichte van het aantal acute klachten, maar ook informatie omtrent het percentage klachten dat werkgerelateerd is ten opzichte van het aantal klachten dat zich uit tijdens of door het sporten ontbreekt. Inzicht in deze gegevens is bruikbaar bij de (secundaire) preventie van klachten aan het houdings- en bewegingapparaat. Het inventariseren van risicofactoren ten aanzien van zorgbehoefte past daarnaast goed binnen de verschuiving van curatieve zorg naar preventieve zorg die door het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) is ingezet .
Aan de hand van gegevens uit de Landelijke informatievoorziening Paramedische Zorg (LiPZ) betreffende 2009 en 2010 worden in deze factsheet gegevens gepresenteerd rondom de volgende twee vraagstellingen:
- Op welke wijze uiten klachten zich waarmee patiënten zich presenteren bij de eerstelijns, algemeen fysiotherapeut, uitgesplitst naar geslacht en leeftijd?
- Zijn er verschillen in de ontstaanswijze van de klacht tussen (1) de drie meest voorkomende aandoeningen in de fysiotherapiepraktijk, (2) tussen klachten die voorkomen op de ‘chronische lijst’1 respectievelijk klachten die niet voorkomen op deze lijst of (3) tussen patiënten die op verwijzing respectievelijk via de regeling ‘Directe Toegang Fysiotherapie (DTF)’ bij de fysiotherapeut komen?
Bron: NIVEL
View full post on FysioForum
De meeste Nederlanders voelen zich gezond, blijkt uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Tachtig procent van de Nederlanders noemt de eigen gezondheid goed of zeer goed.
Vrouwen en ouderen voelen zich minder vaak gezond. Hoe gezond iemand zich voelt, hangt ook af van het aantal langdurige aandoeningen dat iemand heeft. Vooral mensen met een rugaandoening voelen zich minder vaak gezond. Uit cijfers van het CBS blijkt dat in 2010 acht op de tien Nederlanders hun eigen gezondheid goed of zeer goed noemden. Slechts 4 procent beoordeelt zijn gezondheid als slecht of zeer slecht. Dit zijn zo’n 635 duizend mensen.
Oudere mensen zijn minder positief over hun gezondheid dan jongeren. Daarnaast voelen vrouwen zich minder gezond dan mannen. Van de mannen noemt 82 procent zijn gezondheid goed of zeer goed, van de vrouwen is dat 78 procent. Dit komt deels doordat vrouwen langer leven en dus gemiddeld ouder zijn. Vrouwen hebben echter ook vaker last van langdurige aandoeningen dan mannen.
Mensen met een langdurige aandoening voelen zich vaker ongezond, vooral als ze meerdere aandoeningen tegelijkertijd hebben. De zes meest genoemde langdurige aandoeningen in 2010 zijn migraine (14 procent van de bevolking), hoge bloeddruk (13 procent), gewrichtsslijtage (11 procent), rugaandoeningen (9 procent), nek-of schouderaandoeningen (9 procent) en astma (8 procent). Mensen met een rugaandoening ervaren hun gezondheid het minst als goed.
Bron: Kiesbeter.nl
View full post on FysioForum
Chronische pijn is een omvangrijk en onderschat gezondheidsprobleem. Zo wachten mensen met chronische pijnklachten vaak twee jaar of langer op diagnos View full post on Fysiotherapie : Nieuws